Dagelijkse schrijfopdracht
Wat is de beste en slechtste luchthaven waar je ooit bent geweest?
Luchtfoto van een moderne luchthaven met meerdere vliegtuigen op de tarmac.

Wat is de beste en slechtste luchthaven waar je ooit bent geweest?

Uhum.

Dat is weer zo’n prompt waarvan ik denk: wat moet ik hier nu mee? Is dit nou echt een onderwerp om een volledige blog over te schrijven?

De laatste keer dat ik heb gevlogen was in de jaren 90. Dat is inmiddels een ver verleden om het maar zo even aan te vliegen. 😉

Als jonge vrouw heb ik tussen mijn twintigste en dertigste zoveel mogelijk van de wereld gezien. Zodra het vliegtuig in Amsterdam landde, was ik alweer een nieuwe reis aan het uitstippelen. Snel weer wat geld verdienen en hup… daar ging ik weer.

En mijn bevindingen over luchthavens?

Eigenlijk vond ik het vooral iets waar ik zo kort mogelijk wilde zijn.

Je komt aan, je wacht.

Je wacht op je bagage.

Je wacht bij de controle.

Je wacht tot je weg kunt.

En als je geluk hebt, wacht je niet al te lang.

Maar twee aankomsten zijn me altijd bijgebleven.

Eentje ergens in Griekenland.

En eentje op JFK in New York.

Het was ergens aan het begin van de zomer. Een korte vlucht naar een Grieks eiland ( ik weet niet meer welke) en ik zat natuurlijk aan het raam. Want als je dan toch vliegt, wil je ook wat zien.

De landing werd ingezet.

Prima.

Niks aan de hand.

Tot ik ergens in de verte land zag.

En verder alleen maar zee.

Blauw water onder ons, blauwe lucht boven ons.

En het vliegtuig bleef dalen.

En dalen.

En dalen.

Land kwam langzaam dichterbij, maar ik bleef vooral… water zien.

Ik begon me toch een beetje af te vragen of ik misschien per ongeluk een watervliegtuigritje had geboekt.

Voor zover ik me kon herinneren, zou het toch echt een gewone vlucht worden.

Ook om mij heen werden mensen wat onrustig. We keken allemaal wat halsreikend uit het raam.

Water.

Nog steeds water.

En inmiddels gingen we toch wel heel rap richting touchdown.

Toen klonk er een pling.

Een zwoele, rustige, zware stem.

‘Dames en heren, zoals u waarschijnlijk wel hebt gemerkt, zijn we de landing aan het inzetten. U zult gaan merken dat we binnen enkele ogenblikken een scherpe bocht naar rechts gaan maken om te kunnen landen op vliegveld huppeldepup.’

Oké.

Prima.

Een scherpe bocht.

Geen probleem.

Tot hij er nog even achteraan zei:

‘Dit gaat vanaf onze kant helemaal goed hoor. De landingsbaan is kort en de aanvliegroute een beetje scherp. Maar we staan nu zo aan de grond.’

HUH?

En inderdaad.

Hij gaf een ruk aan het stuur en we maakten een scherpe bocht naar rechts.

Mijn kant van het vliegtuig zag nu echt alleen nog maar water.

Ik kon de zilte lucht bijna ruiken en met mijn vingertoppen het water bijna aanraken.

Zo snel als we naar rechts doken, trok hij het vliegtuig ook weer recht.

De wielen raakten de grond.

De remmen gingen er vol op.

En toen stonden we.

Stil.

Heel stil.

Met een flink kloppend hart.

Pling.

‘Beste dames en heren, we zijn geland en welkom op huppeldepup.’

Het hele vliegtuig slaakte volgens mij tegelijk een diepe zucht.

Eenmaal in de aankomsthal keek ik naar buiten.

En daar zag ik de korte landingsbaan.

En de aanvliegroute.

Boven zee.

Phoeee.

Die klootzak achter het stuur had ons gewoon even lekker laten zweten.

Hij zal wel met een dikke smile achter het stuur hebben gezeten.

Een half uurtje later kwam het volgende vliegtuig binnen.

En natuurlijk zijn wij blijven kijken.

Want nu wilden we het ook wel eens zien.

En ja hoor.

Precies hetzelfde.

Scherpe bocht.

Water.

Landingsbaan.

Remmen.

Staan.

We keken elkaar aan en moesten lachen.

Want ineens was het gaaf.

Een jaartje later vertrok ik naar The USA.

En daar kwam JFK airport.

De vlucht naar New York verliep prima.

Tot we boven New York kwamen.

PING.

‘Dames en heren, als u uit het raam kijkt, zult u zien dat er zeven vliegtuigen onder ons hangen om eerder te mogen landen. We blijven cirkelen tot we aan de beurt zijn.’

Nou.

Dat heb ik geweten.

Mijn maag vond dat rondjes draaien namelijk helemaal niet zo gezellig.

Ik werd langzaam een beetje groen rond mijn neus.

Na een half uurtje rondjes draaien waren de vliegtuigen onder ons geland en waren wij eindelijk aan de beurt.

We landden.

Tas mee.

De kist uit.

Op naar de bagageband.

Vervolgens richting de controle.

De precieze volgorde weet ik niet meer helemaal, maar ik weet nog wel dat we op een gegeven moment richting de immigratiecontrole liepen.

En daar stonden ze.

Fully packed soldaten.

En niet van het type: ‘Hallo, welkom in Amerika.

Nee.

Luid.

Intimiderend.

En met een duidelijke opdracht:

‘FOLLOW THE RED LINE!

Oké dan.

Ik volg de rode lijn wel.

Ik ben niet voor niets braaf opgevoed. 😂

Een paar stappen verderop stond de K9-brigade.

Aan beide kanten honden.

En die honden snuffelden iedereen eens even uitgebreid af.

Ik liep braaf door.

Geen problemen.

Geen gedoe.

En uiteindelijk kwam ik door de controle heen.

En achteraf moest ik eigenlijk lachen.

Want als ik terugdenk aan die twee aankomsten, waren het allebei totaal verschillende ervaringen.

In Griekenland dacht ik dat we in zee zouden landen.

In New York werd ik bijna persoonlijk welkom geheten door het volledige Amerikaanse veiligheidsapparaat.

En toch…

Als ik nu terugdenk aan die reizen, zijn het juist dit soort momenten die zijn blijven hangen.

Niet die perfecte hotelkamer.

Niet dat ene restaurant.

Niet eens altijd de plek waar ik naartoe ging.

Maar dat moment waarop je denkt:

Oké… dit is interessant.

Of:

Volgens mij gaat dit niet helemaal zoals gepland.

Of:

Waar ben ik in vredesnaam terechtgekomen?

Misschien is dat wel waarom ik vroeger zo graag reisde.

Niet alleen om andere landen te zien.

Maar om even uit mijn eigen wereld te stappen.

Om verrast te worden.

Om dingen mee te maken die je thuis nooit zou meemaken.

En eerlijk?

Of een luchthaven nou de beste of slechtste was, dat weet ik eigenlijk niet.

Ik heb nooit een lijstje bijgehouden.

Ik weet alleen dat ik luchthavens vooral zag als een noodzakelijk tussenstation.

Je komt er aan.

Je wacht.

Je stapt weer in.

En uiteindelijk begint het echte avontuur pas buiten die deuren.

Maar die landing in Griekenland?

Die vergeet ik dus nooit meer.

En JFK ook niet.

En mocht iemand me nu vragen of ik nog eens zo’n reis zou willen maken…maanden van huis.

En mocht iemand me nu vragen of ik nog eens zo’n reis zou willen maken…

Dan moet ik daar eerst eens even over nadenken en kijken waar mijn interesse tegenwoordig ligt.

En daarna kijk ik naar mijn knieën. Want die willen tegenwoordig niet meer helemaal meewerken aan al dat gevlieg en gedoe. 😂

Want reizen is prachtig. Echt.

Maar tegenwoordig mag het vliegtuig wat mij betreft gewoon voor iemand anders zijn.

Ik pak de auto wel vol, gooi de koffers achterin en rijd naar mijn geliefde Frankrijk.

Geen scherpe bocht boven zee.
Geen zeven vliegtuigen onder me.
Geen FOLLOW THE RED LINE!

Gewoon de weg op, muziekje aan, koffie binnen handbereik en lekker richting Frankrijk.

Dat voelt tegenwoordig toch een stuk veiliger voor mijn knieën. 😂


Reacties

Geef een reactie

Ontdek meer van Studio De Kinder-babbelaar

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder