
Trope?
Ik kijk naar deze prompt en denk: huh?
Serieus… wat is een trope?
Ik heb werkelijk geen idee. 😂
Dus ik zoek het op.
Blijkt het gewoon een terugkerend verhaalelement of cliché te zijn.
Aha, zeg dat dan gewoon.
Nou, dan heb ik er ineens wél eentje.
Of.
Nee.
Toch niet.
Ik heb vandaag helemaal geen zin.
Geen zin om na te denken over een trope in een film of boek. Ik heb wel wat anders aan mijn hoofd.
In gedachten ga ik mijn stappen van de vroege ochtend na en bedenk me dat ik naar alle waarschijnlijkheid met mijn verkeerde been uit bed ben gestapt.
Eerst mijn Moka gevuld en deze langzaam een beker vol bruin goud laten maken. Een croissant erbij, want ik moet nog steeds afkicken van mijn weken in Frankrijk.
En voordat de cafeïne zijn werk kan doen, zit ik al met kromme tenen door mijn telefoon te scrollen.
LinkedIn.
Dat platform is soms ongemakkelijk aan het veranderen in een soort verzameling onderbroekenlol. Posts waar ik met een licht ergerlijke klik op ‘niet geïnteresseerd’ tik en vervolgens de plaatser uit mijn contacten gooi.
Normaal boeit het me niet zo.
Maar vandaag zit er een unheimisch gevoel in mijn hoofd en lichaam en blijkbaar is mijn tolerantie voor onnozele posts even tot onder het vriespunt gedaald.
Ik ga nog even langs de nieuwsappjes en leg met een diepe zucht mijn telefoon voor me neer.
Er wacht al een paar dagen een klusje op me.
Zo eentje waar je iedere dag naar kijkt en iedere dag denkt: morgen.
Nou vooruit.
Ik dwing mezelf om het nu toch maar eens te doen.
Oortjes in.
From Ashes To New aan.
En met de stofzuiger zoef ik door het huis.
Plantjes die de vakantie niet hebben overleefd, worden met enig hartzeer in de groenbak gekegeld. De lege potjes zet ik weer op het plankje.
Die krijgen binnenkort gewoon weer een nieuw groen leven.
Schuifpui open.
Een onbevangen frisse lucht dringt het huis binnen.
Terwijl de rap-metal mijn wereldje steeds kleiner maakt, zie ik mijn telefoon oplichten.
Jip.
Op weg naar het vliegveld.
Ik pak mijn telefoon en beantwoord haar appje. Terwijl ik hem terugleg op mijn bureau, weet ik ineens waar dat unheimische gevoel vandaan komt.
Jip gaat voor het eerst sinds jaren weer vliegen.
En als er iets is waar ze bang voor is, dan is het vliegen.
Ze weet rationeel heel goed dat die angst niet echt ergens op gebaseerd is. Ze weet dat vliegen veilig is. Ze weet alle feiten.
Maar angst trekt zich over het algemeen niet zoveel aan van feiten.
Het heeft haar beziggehouden.
En ook tegengehouden.
En op dit soort momenten voelt het voor mij alsof die navelstreng tussen moeder en kind nog steeds niet helemaal is doorgeknipt.
Haar onrust.
Ik voel hem.
Jip appt dat ze door de controle is.
Mijn hartslag schiet omhoog.
Ze is weer een stapje dichterbij.
En terwijl ik doorga met het schoonmaken van het huis, bedenk ik me dat ze iets doet wat ik ontzettend dapper van haar vind.
Ze kijkt haar angst recht in de ogen.
Sterker nog, een tijdje geleden kon ze er zelfs grapjes over maken.
Dat vind ik knap.
Jip is van nature een druktemaker wanneer er nieuwe dingen in haar leven gebeuren. Niet dat ze die dingen uit de weg gaat, maar het kost haar flink wat energie.
Nieuwe situaties.
Nieuwe mensen.
Nieuwe dingen.
Ze voelt het allemaal.
En als moeder zou ik het liefst willen dat ze nergens bang voor is.
Dat ze gewoon geniet van alles wat er op haar pad komt.
Dat ze die angst niet hoeft te voelen.
Geef die angst maar aan mij.
Jij mag genieten.
Maar zo werkt het natuurlijk niet.
Want haar angst is van haar.
Net zoals haar leven van haar is.
En dus sta ik hier met mijn stofzuiger, mijn rap-metal en mijn moederhart dat ondertussen ongeveer drie keer zo groot is als normaal.
Het unheimische gevoel blijft.
Het is hoop, vermengd met een dikke laag moeder zijn.
Moeder zijn die vurig hoopt dat haar dochter straks niet in dikke paniek in dat vliegtuig zit.
En tegelijkertijd weet ik:
ik kan dit niet voor haar doen.
Ik kan alleen maar hier zijn.
Op afstand.
Met mijn telefoon binnen handbereik.
En hopen dat…
En tegelijkertijd weet ik:
ik kan dit niet voor haar doen.
Ik kan haar angst niet uitzetten.
Ik kan niet naast haar zitten in dat vliegtuig.
Ik kan haar hartslag niet rustig krijgen.
Ik kan alleen maar hier zijn.
Op afstand.
Met mijn telefoon binnen handbereik.
En hopen dat ze straks in dat vliegtuig zit, uit het raampje kijkt en ineens denkt:
I killed the monsters inside my head.
Misschien niet letterlijk.
Maar wel als het besef:
Ik was bang.
Ik heb het toch gedaan.
En kijk mij nou… ik zit gewoon in dat vliegtuig.
En misschien is dat wel het mooiste wat je je kind kunt meegeven.
Niet dat je alle angst voor ze wegneemt.
Maar dat je ze het vertrouwen geeft dat ze zelf door die angst heen kunnen.
Ik hoef en kan haar niet te beschermen tegen ieder monster in haar hoofd.
Ik mag haar leren vertrouwen dat ze ze zelf kan verslaan.
En ondertussen?
Zit ik hier gewoon met mijn stofzuiger, mijn bak koffie en mijn moederhart.
Te hopen dat ze geniet van haar vlucht. ❤️
Geef een reactie