
Van de prompt van vandaag gaat mijn schrijverspen eerlijk gezegd niet bepaald harder lopen.
Geen sprankje inspiratie.
Geen oh ja, daar moet ik iets mee.
Niets.
En soms duurt het dan gewoon even voordat er iets anders komt.
Dus terwijl ik nadenk, geef ik de planten water.
Nog een keer de Moka op het vuur.
En ondertussen staat er al een paar dagen iets op mijn to-do lijst waar ik vakkundig omheen loop:
De kast opruimen.
Een metalen open kast. Vier planken.
Eigenlijk heel overzichtelijk.
Daar staan zakken meel, wat blikken, pasta en andere voorraad.
Maar tussen al die praktische boodschappen staat ook mijn andere voorraad.
Mijn verzamel-tik.
Schaaltjes.
Bordjes.
Servies waarvan ik dacht:
Oh, wat leuk.
En vervolgens:
Oh… deze heb ik nog niet.
Een bordje met een Oosters motief voor als we mezze eten.
Pasteltinten voor de lente.
Grote witte borden voor een flinke schaal spaghetti.
En natuurlijk iets met Zuid-Amerikaanse invloeden voor chili en salsa’s.
Ik weet het.
Ik heb een serviesprobleem.
Of eigenlijk noem ik het liever een serviescollectie.
Dat klinkt toch net iets chiquer.
Afgelopen weekend liep ik met Jip door de Action.
En laat ik meteen maar eerlijk zijn:
Dat was gevaarlijk.
Niet voor mijn portemonnee.
Voor mijn kast.
Want daar stond het.
Een zomers motief.
Precies eentje die ik nog niet had.
Jip begon hard te lachen en hield het mandje ineens wat steviger vast.
Daar gaan we weer.
We stonden samen tussen de schappen de leukste motiefjes uit te zoeken.
En terwijl ik naar mijn volwassen dochter keek, gebeurde er iets geks.
Mijn gedachten dwaalden af.
Want daar stond ze.
Mijn dochter.
Een jonge vrouw met haar eigen leven.
Gelukkig nog steeds met heel veel mama-tijd.
Maar ineens zag ik ook dat kleine meisje weer.
De peuter.
De kleuter.
Het kind dat vroeger net zo enthousiast door de supermarkt liep.
Jip vond boodschappen doen geweldig.
Ze mocht spullen pakken.
In het karretje leggen.
Thuis hielp ze met uitladen.
En de zware tassen?
Die moesten natuurlijk ook mee naar binnen.
Tijdens het opruimen zag ik haar eens voorbijlopen met de eieren.
Met een bloedserieuze blik.
Ze pakte ze voorzichtig uit de tas en bracht ze naar hun vaste plek.
Want als we gingen koken, moesten we natuurlijk wel weten waar de eieren lagen.
En op die dag was het haar beurt.
Zij mocht kiezen wat we gingen eten.
‘Mag ik kiezen?’ vroeg ze voorzichtig.
‘Ja hoor.’
‘Natuurlijk.’
Ze ging aan de keukentafel zitten.
Kin in haar hand.
Voorhoofd gefronst.
Alsof ze de nieuwste bedrijfsstrategie van de CEO van de hagelslagfabriek aan het uitwerken was.
Ik wachtte.
Even later keek ze op.
‘Ik weet het!’
‘Wat gaan we eten dan?’
Vol overtuiging kwam het antwoord:
‘Regenboog rondjes!’
Ik knipperde.
Een keer.
Nog een keer.
Geen idee.
Maar goed.
Ik besloot gewoon mee te gaan in haar enthousiasme.
‘Wat een goed idee!’
‘Regenboog rondjes.’
‘Pak jij maar alle ingrediënten. Ik wacht wel.’
De koelkast ging open.
Groenten kwamen tevoorschijn.
En natuurlijk pakte ze ook de eieren van hun vaste plek.
Alles werd zorgvuldig op het aanrecht uitgestald.
Ze keek er tevreden naar.
‘Zo.’
Een korte stilte.
‘Nu kunnen we regenboog rondjes maken.’
En toen viel bij mij het kwartje.
Ze sneed verschillende kleuren groenten.
Rood.
Geel.
Groen.
Oranje.
Alles ging in de pan.
‘Kijk mama.’
‘Een regenboog.’
‘Een hele mooie, Jip.’
Toen kwam het volgende onderdeel.
De eieren moesten over de groenten.
Ze keek me serieus aan.
‘Ik ben daar nog niet zo goed in.’
Een kleine pauze.
‘Maar over een poosje wel.’
En zo werden het regenboog rondjes.
Niet omdat het gerecht in een kookboek stond.
Maar omdat een klein meisje had bedacht dat groenten met verschillende kleuren samen iets bijzonders konden worden.
En we zaten later heerlijk te eten.
Mijn dochter trots.
Ik nog trotser.
En nu…
Jaren later…
staan we samen in de Action.
Mijn volwassen dochter geeft me ineens een duwtje tegen mijn arm.
‘Zo. Jij was ver weg met je gedachten.’
Ik kijk haar aan.
En midden in de Action geef ik haar een kus op haar voorhoofd.
‘Ja.’
‘Ik was even aan het afdwalen.’
‘Waarheen dan?’
‘Naar toen je nog een ieniemienie kleutertje was.’
Ze lacht.
Ik lach mee.
Maar ergens…
voelt mijn hart ook een beetje zwaar.
Want ik heb de tijd dat Jip en Moos klein waren bewust beleefd.
Ik heb geprobeerd de kleine dingen te zien.
Samen boodschappen doen.
Samen koken.
Samen rommelen.
Samen lachen.
De verhalen.
De vragen.
De kleine handjes.
De eindeloze fantasie.
Ik dacht dat ik daar heel bewust mee omging.
En toch…
hoe kan het dan dat het voelt alsof de tijd drie keer zo snel is gegaan?
Mijn oma zei het vroeger altijd.
‘Geniet van je kleine kinderen.’
‘Voor je het weet zijn ze groot.’
En als kind vond ik dat maar een rare uitspraak.
Ik dacht:
Ach oma…
24 uur is 24 uur.
Ook als je kinderen hebt.
Nu begrijp ik haar.
Volledig.
Want 24 uur is inderdaad nog steeds 24 uur.
Alleen je beseft pas veel later hoeveel van die uren je nooit meer terugkrijgt.
Je kunt ze niet bewaren.
Niet opnieuw afspelen.
Niet nog één keer een kleuterhandje vasthouden terwijl je door de supermarkt loopt.
Niet nog één keer horen:
‘Mama, ik weet het!’
En dan vol verwachting wachten op het volgende briljante idee.
Dat is misschien wel het gekke aan ouderschap.
Op het moment zelf denk je soms:
Wat duurt deze dag lang.
En jaren later zou je alles geven voor nog één zo’n dag.
Dus ja.
Mijn kast moet nog steeds worden opgeruimd.
De meelvoorraad staat er nog.
De pasta ook.
En ergens tussen die praktische voorraad staat inmiddels weer een nieuw zomers bordje.
Het past natuurlijk perfect bij de rest.
Maar misschien laat ik die kast nog even staan zoals hij staat.
Want vandaag weet ik weer:
Sommige dingen hoeven niet meteen opgeruimd te worden.
Sommige herinneringen mogen gewoon tussen de spullen blijven liggen.
Geef een reactie