
Als ik iets zou kunnen bedenken waarvan ik overtuigd ben dat het over twintig jaar nog steeds bestaat, dan is het wel technologie die het leven thuis een stukje makkelijker maakt.
Niet de spectaculaire dingen.
Niet iets uit een sciencefictionfilm.
Gewoon… hulpmiddelen die tijd teruggeven.
De wasmachine draait.
De droger doet zijn werk.
De stofzuiger rijdt zelfstandig zijn rondje.
En de afwas? Die laat ik graag over aan de machine.
Alleen dat uitruimen… daar mag van mij nog wel iets slims op worden bedacht.
Maar eerlijk is eerlijk: ik houd eigenlijk helemaal niet van koken op die manier waarop je het moet zien als een klus.
Voor mij is koken iets anders.
Koken brengt herinneringen mee.
Koken verbindt.
Koken zet de tijd soms heel even stil.
Afgelopen weekend waren de kinderen er.
Heerlijk.
Mijn kroost weer eens samen aan tafel, gesprekken die vanzelf ontstaan en uren die ongemerkt voorbij glijden.
Ik stond in de keuken en Moos kwam achter me aan gedribbeld, alsof de tijd daar even niet bestond.
Ik draaide me om, glimlachte en legde zijn hoofd even tussen mijn handen.
Een kus op zijn voorhoofd.
‘Helpen?’ vroeg hij.
En voor ik het wist stonden we samen te snijden en te praten over zijn aankomende huwelijk.
Over hoe zij het willen invullen.
Over plannen, ideeën en alles wat mooi en doordacht klinkt wanneer twee jonge mensen hun leven samen willen vormgeven.
De groente ging de wok in.
De udonnoedels waren bijna klaar.
En ineens kwamen ze weer boven: die beelden van vroeger.
Moos en Jip, nog klein, spelend in de keuken terwijl ik het eten klaarmaakte.
Moos had al vroeg interesse in koken.
Daar heb ik op een goede manier gebruik van gemaakt.
Met een Tripp Trapp-stoel tegen het aanrecht, een snijplankje en een mesje dat alleen onder toezicht gebruikt mocht worden, gingen al menig paprika, ui en aardappel door zijn handen.
Tijdens het snijden ontstonden de mooiste gesprekken.
Over vrienden.
School.
Eerste liefdes.
Dingen die kinderen vaak alleen willen vertellen terwijl je samen ergens mee bezig bent.
En jaren later kijk ik over mijn schouder en realiseer ik me opnieuw hoe grimmig de tijd soms kan zijn.
Van kleine wezentjes naar volwassen mensen met een eigen leven.
Jip heeft ondertussen ook haar weg in de keuken gevonden.
En terwijl zij praat over een voorbijgegane liefde die opnieuw contact heeft opgenomen, kijk ik naar broer en zus en zie ik iets wat me diep raakt.
Vertrouwdheid.
Luchtigheid.
Verbinding.
Mijn ogen worden vochtig.
Niet van verdriet.
Maar van dankbaarheid.
Omdat ik deze twee kinderen heb mogen dragen.
Verzorgen.
Begeleiden.
En zien opgroeien.
En misschien is dat wel de echte technologie waarvan ik hoop dat die altijd zal blijven bestaan:
de keuken als plek waar mensen samenkomen.
Waar verhalen ontstaan.
Waar herinneringen worden doorgegeven.
Waar je niet alleen voedsel maakt, maar ook verbinding.
Want hoe slim technologie ook wordt…
geen apparaat kan de warmte vervangen van een keuken waar kinderen binnenlopen, een gesprek beginnen en ineens de tijd even stil lijkt te staan.

Plaats een reactie