
Een villain met een punt?
Tja…….Als ik het nieuws aanzet, zie ik er dagelijks wel een paar langskomen.
Of ze een punt hebben?
Daar geloof ik eerlijk gezegd niet zo in.
Bovendien krijgen ze al aandacht genoeg.
Dus ik sla die afslag vandaag over.
In plaats daarvan denk ik terug aan een klein jongetje.
Een jongen die door zijn vader liefkozend “my little villain” werd genoemd.
Jasper.
Een enorm slim kind, gevangen in een lichaam dat sneller groeide dan zijn eigen controle erover.
Ik heb hem al jaren niet meer gezien.
Toch staat hij nog altijd helder op mijn netvlies.
Blauwe ogen.
Een rond gezicht.
En een glimlach die, wanneer hij verscheen, de hele groep liet oplichten.
Alleen……die glimlach zagen we in het begin niet zo vaak.
Vanaf zijn eerste weken op de groep was duidelijk dat Jasper anders reageerde dan de meeste kinderen.
Hij liep het liefst zijn eigen route.
Activiteiten lieten hem koud.
Wanneer hij ergens geen zin in had, kon hij ontzettend boos worden.
Hij beet.
Hij sloeg.
Hij luisterde nauwelijks.
En eerlijk is eerlijk…..ook voor mijn collega’s was hij een pittig kind.
De klachten van ouders begonnen langzaam binnen te druppelen.
‘Jasper heeft mijn kind weer gebeten.’
‘Het gaat iedere keer mis.’
Ook het team kwam één voor één bij mij langs.
‘Het is bijna niet te doen.’
Dus gingen we samen met zijn ouders om tafel.
Niet om met vingers te wijzen.
Maar om samen te zoeken.
Want ik weet hoe zwaar het is wanneer je je kind iedere middag moet ophalen en opnieuw hoort wat er allemaal misging.
We maakten een plan.
Werkten samen.
En misschien nog wel belangrijker…
we bouwden aan vertrouwen.
Tussen ouders en het kindercentrum.
Want zonder vertrouwen kom je nergens.
Toch bleef er iets knagen.
Dus besloot ik vooral te gaan kijken.
Niet naar het gedrag.
Maar naar Jasper.
Ik zag hem op een dag alleen in een hoekje zitten.
Met een boek.
Voor zich zat zijn knuffelaap, die hij trots Hamish had genoemd.
Hij las hem voor.
Lachte af en toe.
En keek regelmatig even opzij, alsof hij zich in een wereld bevond waar de rest van ons geen toegang toe had.
Ik vroeg voorzichtig:
‘Mag ik erbij komen zitten?’
Hij knikte.
Het boek ging over dinosaurussen.
En eerlijk…
na vijf minuten viel mijn mond bijna open.
Hij kende werkelijk iedere dinosaurus.
Niet alleen de namen.
Ook hun eigenschappen.
Hun leefgebied.
Hun voedsel.
Ik dacht nog:
Misschien kent hij gewoon dit ene boek uit zijn hoofd.
Dus haalde ik een ander dinosaurusboek.
Precies hetzelfde.
Vanaf dat moment veranderde er iets.
Onze gesprekken gingen steeds vaker over kennis.
Over planeten.
Over dieren.
Over geschiedenis.
Alles wat ik hem aanreikte, zoog hij op als een spons.
En langzaam begonnen wij de activiteiten op de groep aan te passen.
Niet makkelijker.
Juist moeilijker.
Complexer.
Uitdagender.
En voor het eerst zag ik een kind dat zichtbaar werd gevoed.
Niet door speelgoed.
Maar door kennis.
Zijn gedrag veranderde.
Langzaam.
Stapje voor stapje.
Ook thuis zagen zijn ouders verschil.
Zijn vader vertelde lachend:
‘Mijn little villain komt steeds minder vaak tevoorschijn.’
Toch bleef er één gesprek over.
Het moeilijkste gesprek.
Ik vroeg zijn ouders opnieuw langs te komen.
Niet om over zijn gedrag te praten.
Maar over wat ik zag.
Ik vroeg eerst hoe zij zelf naar Jasper keken.
Wat viel hen op?
Waar maakten zij zich zorgen over?
Zijn moeder begon voorzichtig te vertellen.
En terwijl ze sprak, zag ik het eigenlijk al.
Ze wist het.
Alleen…
ze durfde het nog niet hardop uit te spreken.
Want zodra je woorden geeft aan een vermoeden…
wordt het ineens echt.
Met pijn in mijn hart vertelde ik dat ik dacht dat het verstandig zou zijn Jasper te laten onderzoeken.
Niet omdat er iets mis met hem was.
Maar omdat ik dacht dat we hem beter konden begrijpen.
En misschien nog beter konden begeleiden.
Een paar maanden later kwam de uitslag.
Jasper bleek inderdaad op het autismespectrum te zitten.
En ineens vielen alle puzzelstukjes op hun plaats.
Zijn gedrag was nooit het probleem geweest.
Zijn gedrag was zijn manier van vertellen dat de wereld hem niet voldoende uitdaagde.
Dat hij kennis nodig had.
Structuur.
Begrip.
Hij was nooit een villain geweest.
Hij was een bijzonder slim kind…
dat vooral begrepen wilde worden.
Misschien is dat wel de grootste les die Jasper mij ooit gaf.
Voordat we iemand bestempelen als lastig, moeilijk of dwars…
zouden we ons eerst eens mogen afvragen:
Welk verhaal probeert deze persoon eigenlijk te vertellen?
Want soms…
blijkt de zogenaamde villain helemaal geen slechterik te zijn.
Maar gewoon iemand die al die tijd niet echt werd gezien.

Plaats een reactie