
Waar zou ik willen wonen?
Dat is voor mij geen moeilijke vraag.
Sterker nog, het antwoord woont al jaren ergens in mijn hoofd. En misschien nog wel langer in mijn hart.
Ik ben iemand die gelukkig wordt van eenvoudige dingen.
Ik hoef geen villa.
Geen auto waar Defensie jaloers op zou zijn.
En eerlijk gezegd hoef ik ook niet zo nodig gezien te worden op een dakterras in Dubai, terwijl de halve wereld mag meegenieten via Instagram.
Dat past niet bij mij.
Ik houd van het ongekunstelde leven.
Van echtheid.
Van rust.
Mijn droom begint niet met een groot huis.
Mijn droom begint met het openschuiven van de gordijnen.
Een weiland.
Grazende koeien.
Heuvels die langzaam verdwijnen aan de horizon.
Een beekje dat zich al kabbelend een weg naar beneden zoekt.
In de keuken pruttelt een ouderwetse moka.
De geur van versgebakken brood vult langzaam de ruimte.
Ik schuif de deuren open.
De frisse ochtendlucht begroet me alsof ze me al jaren kent.
Met een kop koffie neem ik plaats op een eenvoudige stoel.
De zon kruipt langzaam over het gras.
De natuur wordt wakker.
De merels beginnen hun ochtendconcert.
De kippen kakelen een dialect dat ik waarschijnlijk nooit zal begrijpen.
Toch groet ik ze iedere ochtend terug.
Riva, onze Spaanse waterhond, ligt languit op haar rug in het gras. Ze lijkt een glimlach op haar snoet te hebben.
Even verderop tuft de buurman voorbij.
Misschien op zijn oude tractor.
“Bonjour!”
Of…
“Buongiorno!”
Net afhankelijk van welk stukje Frankrijk of Italië mijn droom zich die ochtend afspeelt.
Zijn tractor verdwijnt langzaam in de verte.
En zodra het geluid verstomt, nemen de vogels het weer moeiteloos over.
Vandaag is schoonmaakdag.
Niet omdat het moet.
Maar omdat er straks nieuwe gasten komen.
Ik trek mijn, inmiddels onmisbare, Franse schort aan, vul een emmer met warm water en groene zeep en zet alle ramen van de gîte open.
Uit een oude radio klinkt zacht een nummer van Eros Ramazzotti.
Ik neurie mee terwijl de wasmachine draait.
Op de keukentafel zet ik een verse bos bloemen.
Niet gekocht.
Gewoon geplukt uit mijn eigen tuin.
Want vandaag komen de gasten waar ik misschien nog wel het meest naar uitkijk.
Mijn kinderen.
Het is alweer veel te lang geleden dat ik ze in mijn armen heb kunnen sluiten.
Samen met hun gezin komen ze een paar dagen genieten van mijn kleine stukje paradijs.
Nog voordat hun auto het erf opdraait, ligt Riva al verwachtingsvol bij het hek.
Klaar om als eerste hallo te zeggen.
En ik?
Ik sta glimlachend in de deuropening.
Niet omdat ik rijk ben geworden.
Maar omdat ik precies heb gevonden waar ik altijd naar op zoek was.
Misschien gaat mijn droom uiteindelijk helemaal niet over Frankrijk.
Of over Italië.
Misschien gaat hij over iets veel eenvoudigers.
Rust.
Ruimte.
Mensen van wie ik houd.
En een leven waarin er eindelijk weer tijd is om écht te genieten van de gewone dingen.
Want uiteindelijk…
is thuis misschien helemaal geen plaats.
Maar een gevoel.

Plaats een reactie