We zien geen kleur, we zien elkaar


Bekijk alle reacties

Het is vroeg in de ochtend wanneer ik het parkeerterrein oprijd en mijn auto ergens in een hoekje parkeer. Ik stap uit en loop op een drafje naar de ingang van het grote pand voor me.

Hier en daar brandt al licht. Vanaf het dak stijgt een sierlijke pluim op, terwijl zachte regendruppels op me neerdalen. Ik versnel mijn pas. Veel zin om op mijn eerste werkdag als een verzopen kat binnen te komen heb ik niet.

Ik trek de deur open en stap op de grote kokosmat. Nog even probeer ik de regendruppels van me af te schudden, maar al snel besef ik dat dat weinig zin heeft. Dan maar doorlopen naar de warme hal.

De warmte slaat om me heen als een deken. Ik plof neer in mijn bureaustoel en voel hoe de droge lucht mijn neus prikkelt. Ik draai me om, zet de diffuser aan en luister naar het zachte gepruttel dat mijn kantoor vult.

Het geluid doet me aan koffie denken.

Koffie.

Het zwarte goud.

En laat dat nu precies zijn waar ik op dit moment behoefte aan heb.

Ik loop richting de lounge van het gebouw, op zoek naar de plek waar de koffie verstopt zit. Vandaag is mijn eerste werkdag op dit kantoor en ik moet bekennen dat ik toch wel wat zenuwen voel. Meteen in alle kastjes staan zoeken naar iets wat ik naar mijn mening absoluut nodig heb, voelt ook niet helemaal gepast.

Dan dringt het tot me door.

Ik ben voor een Amerikaans bedrijf gaan werken. En dat betekent blijkbaar dat ik zelf voor mijn koffie moet zorgen.

Lichtelijk balend loop ik terug naar mijn kantoor. Daar zie ik de collega die me gaat inwerken. Ze probeert twee zware deuren te openen, terwijl ze twee tassen bij zich heeft en tegelijkertijd twee bekers coffie-to-go in haar handen laat balanceren.

Dat vraagt om een helpende hand.

Ik schiet haar te hulp en krijg een bedankje in het Engels.

O ja.

Ik moet hier de hele dag Engels praten.

Het is alweer heel wat jaren geleden dat ik dat dagelijks heb gedaan. Begrijpen is één ding, maar de hele dag schakelen tussen twee talen is toch weer iets anders.

Na de gebruikelijke goedemorgens wordt er ineens een warme beker in mijn handen geduwd.

‘You forgot to bring your own coffee, didn’t you? 

My lifesaver!’

Nou ja, zo ongeveer.

Mijn eerste kop koffie is gered. En mijn eerste werkdag begint meteen een stukje beter.

Met de koffie in mijn handen word ik naar mijn locker gebracht. Op een achthoekig naambordje staat mijn naam geschreven.

Helaas. Verkeerd.

Ik kijk ernaar en twijfel even.

Zeg ik er nu meteen iets van, of laat ik het voor deze eerste dag maar zo?

In mijn hoofd spelen de twee mogelijkheden een kort spelletje. Maar uiteindelijk besluit ik dat het beter is om het meteen aan te geven.

‘Sorry, but my name is spelled with a Y instead of IE.’

Er worden excuses aangeboden en we vervolgen onze weg.

En daarmee is mijn eerste kleine horde genomen.

De dagen vliegen voorbij. Langzaam begin ik mijn draai te vinden. Ik leer mijn collega’s kennen, raak gewend aan het ritme op de werkvloer en aan het voortdurende schakelen tussen Nederlands en Engels.

Toch is er één persoon die vrijwel meteen opvalt tussen alle anderen.

Een lange, donkere vrouw met diepbruine ogen, volle lippen en een prachtige lach. Een lach die niet alleen op haar gezicht verschijnt, maar ook doorklinkt in haar stem. Wanneer zij lacht, werkt dat aanstekelijk. Voor je het weet, verschijnt er vanzelf een glimlach op je eigen gezicht.

Wat haar nog opvallender maakt, is dat ze volledig kaal is. Geen enkel haartje siert haar ronde hoofd. Maar juist daardoor komen haar gezicht en haar expressieve ogen nog sterker naar voren. Ze heeft iets krachtigs, iets zelfverzekerds. Ze straalt uit dat ze precies weet wie ze is.

Ik word regelmatig aangesproken door mensen die vinden dat ik op Skin van Skunk Anansie lijk. Dus wanneer deze vrouw me aanspreekt en ik ontdek dat ze Nederlands praat, kijk ik verbaasd op.

‘Huh, spreek jij Nederlands?’

‘Jaaaa!’ zegt ze enthousiast. ‘My dad is American, but my mom is Dutch. I grew up in Boston and then moved to the Netherlands.’

En vanaf dat moment is er eigenlijk meteen een klik.

Ze vertelt dat het een welkome afwisseling is om eindelijk weer eens een Nederlander te mogen verwelkomen tussen al die… tja, dat laat ik maar even in het midden, ging ze verder. 

Maar haar glimlach verraadt genoeg.

Wanneer ze mijn kantoor binnenkomt, doet ze dat op een manier die moeilijk te negeren is. Impulsief, aanwezig en vol energie. Ze weet wat ze wil, weet hoe ze over dingen denkt en is absoluut niet bang om dat duidelijk te maken.

Haar mening houdt ze niet voor zich. Ze deelt die zonder aarzeling.

Haar Nederlandse inborst, noemt ze dat.

Ze beweegt zich door de ruimte alsof ze er eigenaar van is. Haar hoofd rechtop, haar houding trots en haar stappen vastberaden.

De eerste keer dat ik haar echt van dichtbij meemaak, sta ik bij het koffieapparaat. Het apparaat bromt terwijl het langzaam mijn beker vult. Ik staar een beetje naar de opstijgende damp, nog half bezig om wakker te worden.

‘Aan het bijkomen van je eerste week?’ vraagt ze.

Ik lach.

‘Het gaat best aardig, moet ik zeggen. Alleen dat Engels de hele dag… Daar moet ik nog even aan wennen. Maar dat gaat wel lukken.’

Van dichtbij vallen haar ogen nog meer op. Warm, maar tegelijkertijd scherp. Alsof ze mensen met één blik probeert te lezen.

Ik mag haar wel.

Haar scherpe tong, haar directe manier van doen en haar gevoel voor humor spreken me aan. Er zit iets ontwapenends in haar eerlijkheid. Je hoeft bij haar niet eindeloos te raden wat ze denkt.

En dat vind ik heerlijk.

De dagen worden weken en de weken worden maanden.

Wat begint met een kennismaking op de werkvloer, groeit langzaam uit tot iets veel mooiers. We spreken buiten het werk af en hebben samen de grootste lol. Ik word voorgesteld aan haar man en kinderen en zij leert mijn gezin kennen.

En dan blijkt er nóg een mooie bijkomstigheid te zijn.

Onze kinderen zijn ongeveer even oud. Net als zij en ik. 

Al snel beginnen de jongens met elkaar af te spreken en trekken ook de meiden steeds meer naar elkaar toe. Voor we het goed en wel beseffen, zijn niet alleen wij tweeën bevriend geraakt, maar beginnen ook onze gezinnen met elkaar verweven te raken.

En ergens tussen de koppen koffie, de gesprekken, het lachen en de afspraken buiten het werk ontstaat iets wat je niet kunt plannen.

Een vriendschap.

Zo eentje waarvan je op dat moment nog niet weet hoe belangrijk die uiteindelijk zal worden.

Ergens in de beginperiode van onze hechte vriendschap komt ter sprake waarom haar gezin Boston had verruild voor dat kleine kikkerlandje aan de andere kant van de oceaan.

‘Discriminatie,’ zegt ze kort en krachtig.

Ik kijk haar verbaasd aan. Discriminatie? Ik vraag haar wat ze daarmee bedoelt.

‘Als kind van gemengde afkomst werd ik op school door beide groepen niet geaccepteerd. Voor de witte kinderen was ik te donker, voor de donkere kinderen te wit. En hier in Nederland heb ik daar veel minder last van. Zeker ook omdat ik zelf met een witte man ben getrouwd.’

Ik ben even stil. Mond vol tanden, eigenlijk. Niet omdat ik niets zou willen zeggen, maar omdat ik nauwelijks kan bevatten wat ze me vertelt.

Hoe kan het dat een kind nergens helemaal mag thuishoren? Dat de kleur van je huid blijkbaar bepaalt bij wie je wel of niet mag horen? Alsof je eerst moet bewijzen dat je goed genoeg bent om geaccepteerd te worden.

Ik ben oprecht verbaasd. En misschien nog wel meer verontwaardigd over die stupide, bekrompen manier waarop mensen blijkbaar naar elkaar kunnen kijken.

Je zou toch denken dat we daar inmiddels wel een beetje overheen zijn gegroeid.

Maar nee.

Blijkbaar kunnen we als mensen nog altijd ontzettend goed zijn in het zoeken naar verschillen. In het trekken van grenzen tussen wij en zij. Alsof iemand die er anders uitziet, automatisch ook anders zou zijn.

Terwijl het uiteindelijk toch niet om de kleur van je huid gaat. Het gaat om het hart dat daaronder klopt. Om hoe je in het leven staat, hoe je met anderen omgaat, hoe je liefhebt, lacht, verdriet hebt en er voor iemand kunt zijn.

Om alles wat je tot mens maakt.

En terwijl ik naar haar luister, besef ik opnieuw hoe weinig je soms weet van het verhaal dat iemand met zich meedraagt. Achter die grote lach, die scherpe tong en die zelfverzekerde manier waarop ze een ruimte binnenstapt, zit ook een meisje dat ooit op zoek was naar een plek waar ze gewoon zichzelf mocht zijn.

Zonder hokjes. Zonder etiketten. Zonder dat iemand haar vertelde dat ze te veel van het ene en te weinig van het andere was.

Gewoon zichzelf.

En misschien is dat wel een van de mooiste dingen aan onze vriendschap: dat we elkaar niet hebben gevonden omdat we hetzelfde zijn, maar omdat we elkaar zien om wie we zijn.

We kijken allebei niet naar kleur. Niet naar wit, donker of zwart, en ook niet naar welke andere kleur iemand zichzelf of een ander toedicht. Voor ons zijn dat geen dingen die bepalen of je bij elkaar past. We kijken naar de mens die voor ons staat.

Natuurlijk betekent dat niet dat we niet zien dat de wereld soms heel anders naar mensen kijkt. Haar verhaal maakt me daar alleen maar bewuster van. Hoe verdrietig is het dat mensen worden beoordeeld op iets waar ze niets aan kunnen veranderen, terwijl het zoveel meer zegt over degene die oordeelt dan over degene die wordt beoordeeld.

Maar bovenal heeft haar verhaal onze vriendschap alleen maar versterkt.

Voor mij is ze de meest geweldige vriendin die ik me kan wensen. Iemand die naast me staat, met wie ik kan lachen tot de tranen over mijn wangen rollen, maar bij wie ik ook terechtkan als het leven even minder vrolijk is. Een vriendin door dik en dun. Iemand met wie ik lief en leed kan delen en bij wie ik gewoon mezelf mag zijn.

En dat is wederzijds, hoop ik. Want uiteindelijk gaat vriendschap niet over waar je vandaan komt, hoe je eruitziet of welke achtergrond je hebt. Het gaat om wat je samen deelt, om vertrouwen, om eerlijkheid en om er voor elkaar zijn.

Soms brengt het leven mensen op je pad die je wereld een beetje groter maken. Niet omdat ze je leren anders naar mensen te kijken, maar omdat ze je laten voelen hoe eenvoudig het eigenlijk kan zijn.

Je hoeft elkaar niet hetzelfde te zijn om elkaar te begrijpen.

Je hoeft alleen maar bereid te zijn elkaar écht te zien.

En ik? Ik ben ontzettend blij dat het leven haar op mijn pad heeft gezet. 


Reacties

Geef een reactie

Ontdek meer van Studio De Kinder-babbelaar

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder