Een sneeuwpop met een verhaal

Wie is je favoriete stripfiguur?

Bekijk alle reacties

Mijn bed.

Mijn bed is één van de plekjes in mijn huis waar ik het allerliefste vertoef.

Ik lig nog heerlijk te sluimeren als ik ergens in de verte een irritant geluid hoor.

Mijn wekker.

Ik schiet omhoog, schop het dekbed van me af en geef mijn telefoon een klap.

Uit.

Ik laat mezelf nog even terugzakken.

Trek het dekbed weer over me heen.

En verzamel moed.

Om op te staan.

5.30 uur.

Wie verzint dit?

Ik kan er na al die jaren nog steeds niet aan wennen.

En ja, ik weet het.

In de zomer is het makkelijker.

Dan is het licht.

Dan voelt vijf uur dertig minder als midden in de nacht.

Maar in de winter?

Nee.

Gewoon nee.

Uiteindelijk sta ik toch in de keuken.

De Moka staat op de inductieplaat en de geur van koffie begint langzaam de keuken te vullen.

Zuurdesemboterham op het bord.

Boter erop.

Geen worst.

Geen kaas.

Gewoon heerlijk op z’n Nederlands een dikke laag hagelslag.

Terwijl ik ontbijt, probeer ik tussen de hagels door ook nog wat make-up op mijn gezicht te krijgen.

Multitasken op z’n vroegst.

Twintig minuten later rijd ik de wijk uit.

Het ritje naar mijn werk duurt ongeveer twintig minuten.

’s Morgens vroeg is dat heerlijk.

Geen files.

Geen gedoe.

Gewoon rijden.

Ik parkeer mijn auto en loop op een drafje naar de voordeur.

Mijn schouders opgetrokken om de regendruppels die blijkbaar rechtstreeks mijn nek in willen te ontwijken.

Bij binnenkomst schud ik de regen van mijn jas en tas boven de grote mat.

Dan loop ik naar mijn kantoor.

Computer aan.

Dag opstarten.

En langzaam druppelen de eerste kinderen binnen.

Een paar uur later komt mijn favoriete uur van de dag.

Ik loop even langs alle groepen.

Even kijken.

Even praten.

Even zien hoe iedereen erbij zit.

Op de groep met de wat oudere kinderen is het levendig.

Er worden torens gebouwd.

In de keukenhoek wordt restaurantje gespeeld.

En aan de andere kant van de ruimte ligt Julius op een zitzak.

Ik loop naar hem toe.

‘Goedemorgen, Julius.’

Hij kijkt op.

‘Polly.’

Ik kijk naar zijn trui.

‘Hé Julius, ik zie dat je een andere Olav-trui aan hebt. Nieuw?’

Hij legt zijn boek op zijn buik en wijst naar de sneeuwpop die vrolijk op zijn buik staat te pronken.

Hij knikt.

‘Hoeveel truien heb je nu met Olav erop?’

Hij steekt twee handen omhoog.

Kijkt naar zijn vingers.

Telt.

Denkt nog even na.

En laat uiteindelijk zeven vingers zien.

Ik lach.

‘Zeven?’

Hij knikt trots.

‘Jij bent een bofkont.’

Zeven mooie truien met Olav erop.

Allemaal door mama gekocht.

Of…

‘Of was het papa?’

Julius rolt half uit de zitzak van het lachen.

‘Neeeee!’

Ik geef hem een boks.

‘Oké. Mama dus.’

Hij knikt tevreden.

Ik praat nog even met het personeel en duik daarna weer mijn kantoor in.

Papierwerk.

Telefoontjes.

Administratie.

De dag kabbelt verder.

En voor ik het weet, worden de eerste kinderen alweer opgehaald.

Dan klinkt er een stevige klop op mijn openstaande deur.

Ik kijk op.

Julius staat in de deuropening.

Met een enorme smile op zijn gezicht.

Achter hem staat zijn moeder.

Met precies zo’n zelfde smile.

Ik kijk even naar haar.

Het valt me op hoeveel Julius inmiddels op haar begint te lijken.

Dezelfde vorm van gezicht.

Dezelfde haarkleur.

En die prachtige, helderblauwe ogen.

‘Hé Julius. Hoi mama. Wat kan ik voor jullie doen?’

Ze stappen allebei mijn kantoor binnen.

Julius blijft dicht bij de deur staan.

En ineens haalt hij iets achter zijn rug vandaan.

Een pakketje.

Hij loopt naar mijn bureau.

Steekt het naar me uit.

‘Verrassing.’

‘Oh…’

Meer krijg ik er niet uit.

Ik pak het aan.

Julius kijkt verwachtingsvol.

Ik maak het papier voorzichtig open.

‘Het is voor grote mensen,’ zegt hij.

Ik glimlach.

‘Voor grote mensen?’

Hij knikt.

Terwijl ik het papier verder lostrek, zie ik stof.

Een trui.

Ik haal hem helemaal uit de verpakking.

Houd hem omhoog.

En daar staat hij.

Olav.

De sneeuwpop.

Op een trui.

Ik kijk naar Julius.

Hij straalt.

Ik leg de trui op mijn bureau en steek mijn armen naar hem uit.

Hij komt meteen.

Ik geef hem een dikke knuffel.

‘Dankjewel, lieverd.’

Ik kijk naar zijn moeder.

Zij lacht.

‘Hij vroeg al een poosje of we ook een trui voor Polly konden kopen.’

Ik kijk weer naar Julius.

‘Echt?’

Zijn moeder knikt.

‘En uiteindelijk kwamen we er eentje tegen in de juiste kleur. Want dát vond hij belangrijk.’

Ik voel mijn ogen prikken.

Een traan rolt over mijn wang.

‘Hoe weet je dat donker groen mijn favoriete kleur is?’

Julius kijkt me aan alsof ik werkelijk de domste vraag ooit heb gesteld.

Hij duwt zijn neus tegen de mijne.

Zo van:

Dommie. Kijk nou.

Dan doet hij een stap achteruit.

Wijst naar mijn rok.

Wijst naar mijn schoenen.

‘Donker groen.’

Ik moet lachen door mijn tranen heen.

‘Ja.’

Ik knuffel hem opnieuw.

En nog een keer bedank ik hem voor mijn prachtige cadeau.

Voor de trui.

Voor de moeite.

Maar vooral voor het feit dat hij blijkbaar al die tijd had onthouden welke kleur ik mooi vond.

Een kind.

Een sneeuwpop.

Een trui.

Zo simpel kan het zijn.

En toch kan zoiets kleins zich ergens diep in je vastzetten.

Jaren later is Julius allang naar een andere locatie gegaan.

Ik zie hem niet meer iedere dag.

Zijn stem klinkt niet meer door de gang.

Hij ligt niet meer op die zitzak met zijn boek op zijn buik.

Maar zijn trui ligt nog steeds bij mijn favoriete kleding.

Inmiddels is Olav door het wassen wat fletser geworden.

De stof is zachter.

De kleur minder diep.

Maar ik kan hem niet wegdoen.

Dat wil ik ook niet.

Want iedere keer als ik hem zie, zie ik niet alleen een sneeuwpop.

Ik zie een jongetje met zeven Olav-truien.

Ik zie twee blauwe ogen.

Ik hoor:

‘Polly.’

En ik hoor dat heerlijke:

‘Neeeee!’

Sommige spullen worden daardoor meer dan spullen.

Ze worden een herinnering.

Een klein stukje van een tijd.

Van een kind.

Van iemand die op een bepaald moment in je leven iets bij je achterliet zonder dat hij dat zelf waarschijnlijk ooit helemaal zal begrijpen.

Voor mij is die donkergroene trui voor altijd verbonden met Julius.

Een prachtig kind.

En ergens vind ik het misschien wel heel toepasselijk dat het juist Olaf is die ons aan elkaar blijft herinneren.

Een sneeuwpop die ooit zei dat sommige dingen het waard zijn om voor te smelten.

En misschien klopt dat wel.

Sommige herinneringen zijn dat absoluut. ❤️


Reacties

Geef een reactie

Ontdek meer van Studio De Kinder-babbelaar

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder