
Misschien werd ik niet volwassen, maar wel wijzer
Pffff… deze prompt krijg ik vandaag niet uit mijn toetsenbord.
Wat was het moment waarop je je realiseerde dat je volwassen was?
Ik heb inmiddels tien keer geprobeerd er iets van te maken.
Niets. Nada. Noppes.
Geen vonkje. Geen sprankje.
Want welk moment moet ik dan aanwijzen?
Toen ik achttien werd?
Toen regelde ik alles al zelf.
Toen ik het ouderlijk huis uitging?
Ik zorgde al voor mezelf.
Toen ik mijn eerste salaris kreeg?
Ik had op mijn elfde al een baantje.
Geen van allen dus.
Best lastig om dan één moment aan te wijzen waarop ik dacht:
Kijk eens aan Polly, vanaf vandaag ben je volwassen.
Ik ben een Gen X-vrouw.
En Gen X wordt ook wel de verloren generatie genoemd.
Niet omdat we alles kwijt waren.
Maar omdat we ’s ochtends gewoon naar buiten werden gestuurd.
Geen telefoon.
Geen appje naar mama.
Geen locatievoorziening.
Gewoon een boterham mee, een beker drinken — als je geluk had — en vooral zelf zorgen dat je dat allemaal had klaargemaakt.
En eerlijk gezegd vraag ik me soms af of wij überhaupt tijd hadden om uitgebreid na te denken over wanneer we volwassen waren.
Ik ging op mijn achttiende de deur uit.
En op dat moment kon ik al jaren redelijk goed op mijn eigen benen staan.
Niet omdat ik zo’n fantastisch georganiseerde jongvolwassene was.
Maar omdat het leven gewoon doorging.
Je deed wat er gedaan moest worden.
Je regelde je eigen dingen.
Je maakte je eigen fouten.
En die loste je vervolgens ook zelf weer op.
En als je niet wist hoe?
Dan zocht je het uit.
Misschien word je helemaal niet volwassen op één bepaald moment.
Misschien merk je het pas jaren later.
Wanneer je ineens terugkijkt en denkt:
Oh… blijkbaar kon ik dit dus gewoon.
En als ik dan toch één periode moet aanwijzen waarin ik iets van dat volwassen worden écht heb gevoeld, dan is het de geboorte van mijn eerste kind.
Niet omdat ik toen ineens volwassen werd.
Maar omdat ik op dat moment dacht:
Nu ben ik óók verantwoordelijk voor een klein hummeltje.
En dat was een heel ander soort verantwoordelijkheid.
Mijn oudste hummeltje werd geboren met 31 weken en vier dagen.
Veel te vroeg.
De eerste zes maanden woonden we eigenlijk in het ziekenhuis.
En op de dag dat hij eindelijk mee naar huis mocht, was ik op.
Compleet op.
Want ineens moest ik die zorg die al die tijd grotendeels door artsen en verpleegkundigen werd omringd, zelf dragen.
Dat vond ik behoorlijk pittig.
En als ik nu, jaren later, terugkijk op die periode, moet ik eerlijk bekennen dat ik weinig heb kunnen genieten van zijn babytijd.
Niet omdat ik niet wilde.
Maar omdat er weinig ruimte voor was.
Het arme kind was voortdurend ziek.
De eerste twee jaar bestonden voor een groot deel uit infecties, zorgen en een klein mannetje dat eigenlijk voortdurend in mijn armen leefde.
Ik was moe.
Bezorgd.
Alert.
En ondertussen deed ik gewoon wat er gedaan moest worden.
Want dat doe je.
Je staat op.
Je zorgt.
Je regelt.
Je gaat door.
En misschien is dát wel het moment waarop ik niet zozeer volwassen werd…
maar hard wijzer werd.
Ik leerde dat het leven niet vanzelfsprekend is.
Dat gezondheid niet vanzelfsprekend is.
Dat je plannen soms binnen een paar seconden volledig overhoop kunnen liggen.
En dat je niet altijd hoeft te weten hoe je iets moet oplossen.
Je moet soms gewoon beginnen.
Dus als ik nu toch antwoord moet geven op de vraag wanneer ik me realiseerde dat ik volwassen was?
Dan zou ik zeggen:
Misschien ben ik niet op één bepaald moment volwassen geworden.
Ik heb onderweg vooral geleerd.
Gevallen.
Opgestaan.
Nog een keer geprobeerd.
En soms heel hard moeten leren.
Misschien is volwassen worden helemaal niet het moment waarop je alles weet.
Misschien is het het moment waarop je begrijpt dat je het niet allemaal hoeft te weten.
Je kunt het uitzoeken.
Je kunt hulp vragen.
Je kunt opnieuw beginnen.
En soms kun je zelfs midden in de ellende een kop koffie zetten en denken:
“Nou vooruit Polly, we gaan dit ook weer regelen.”
Misschien is dát wel volwassen worden.
Of misschien…
is het gewoon ouder worden met steeds iets meer wijsheid in je zak. ☕❤️
Geef een reactie