
Met wie zou ik willen dineren?
Stephen King?
Lulu Wang?
Raymond Khoury?
Ik heb werkelijk geen idee.
Misschien zoek ik het wel helemaal in de verkeerde hoek.
Gandhi?
Nelson Mandela?
Ik heb enorm veel respect voor deze mensen. Maar eerlijk gezegd ben ik op dit moment niet op zoek naar ingewikkelde of zware kost.
Terwijl ik zit te mijmeren, neem ik gedachteloos een paar slokken van mijn koffie.
De laatste tijd gebeuren er genoeg verontrustende en soms ronduit bizarre dingen.
Een of andere kerel die achter me aanzit.
Een tijdlijn die volstaat met femicide en alles wat daar verdrietig genoeg bij hoort.
Ik merk dat ik er een beetje gedesillusioneerd van raak.
Ik drink mijn laatste slok koffie.
En dan verschijnen ineens twee namen op mijn netvlies.
Hedy d’Ancona.
Renate Dorrestein.
En mijn gedachten dwalen af.
Naar de tijd waarin ik een tiener was.
Of misschien al een beginnende twintiger.
Ik was thuis sowieso al een beetje het buitenbeentje in ons behoorlijk traditionele gezin.
En mijn feministische gedachtengoed hielp daar niet bepaald bij.
Niet dat ik zwaaiend met een brandende bh door de keuken liep.
Hoewel dat achteraf misschien best een interessant beeld was geweest. 😉
Nee.
Ik stelde gewoon vragen.
Waarom mag ik niet doorstuderen?
Waarom moet ik trouwen?
Waarom zou ik direct kinderen moeten krijgen?
Waarom?
Waarom?
Waarom?
Mijn moeders antwoord was steevast:
‘Ik krijg nog eens grijze haren van jou. Of een vroege dood.’
Mijn moeder kon behoorlijk dramatisch zijn.
En meestal volgde daarna:
‘Het staat nu eenmaal in de Bijbel.‘
Of:
‘Het is nu eenmaal hoe het gaat.‘
En dan kwam de definitieve uitsmijter:
‘Je bent een meisje, dus…‘
Dat dus vond ik misschien nog wel het lastigste.
Want wat betekende dat precies?
Dat ik bepaalde dingen niet mocht?
Dat mijn toekomst al min of meer vastlag?
Dat mijn geslacht bepaalde wat ik wel en niet zou kunnen?
Ik wilde dat antwoord niet horen.
En al helemaal niet accepteren.
‘Aan mijn lijf geen polonaise, mam.’
Waarop mijn moeder waarschijnlijk weer zuchtte, haar ogen theatraal richting hemel draaide en zich afvroeg waar ze dit kind toch aan verdiend had.
Maar hoe meer ik thuis tegen die grenzen aanliep, hoe groter mijn behoefte werd om te begrijpen waar die grenzen vandaan kwamen.
Ik wilde antwoorden.
Antwoorden die pasten bij wie ík was.
En bij wat ík wilde.
Het internet stond toen nog ongeveer in de kinderschoenen.
Dus waar ging je zoeken?
De bibliotheek.
De boekhandel.
En daar kwam ik in aanraking met Opzij.
Een blad dat voor mij veel meer werd dan alleen papier met artikelen erin.
Het stond voor iets waar ik naar op zoek was:
Ontplooiing.
Bewustwording.
Emancipatie.
De ruimte om na te denken over wat er eigenlijk van je wordt verwacht.
En vooral de vrijheid om vervolgens zelf te bepalen wat je daarmee doet.
Na de mavo ging ik verder studeren.
Tot ergernis van mijn moeder.
En na die eerste studie kwam er nog één.
En daarna nog één.
Ik ontwikkelde me tot een vrouw die op eigen benen kon staan.
Die haar eigen keuzes maakte.
Die zichzelf kon redden.
En die vooral had geleerd dat ‘Je bent een meisje, dus…’ helemaal geen antwoord is.
Het is hooguit het begin van een gesprek.
En dus zit ik nu, zoveel jaren later, met mijn koffie te mijmeren over de vraag met welke auteur ik zou willen dineren.
En ineens weet ik het.
Met Hedy d’Ancona.
En met Renate Dorrestein.
Niet alleen om te praten over de strijd die zij hebben gevoerd.
Niet alleen over emancipatie.
Niet alleen over feminisme.
Ik zou juist willen weten hoe het voor hén was.
Hoe zij het hebben beleefd.
Wat het met hen deed.
Welke momenten moeilijk waren.
Waar ze om moesten lachen.
Wie ze liefhadden.
Waar ze onzeker over waren.
Wat ze nooit hardop hebben gezegd.
Ik zou willen weten wie de vrouw achter de vrouw was.
Want misschien is dat wel wat we soms vergeten wanneer we iemand op een voetstuk zetten.
Dat iemand die op de barricades staat voor gelijkheid óók gewoon een mens is.
Een vrouw die kan twijfelen.
Kan lachen.
Kan huilen.
Kan verlangen.
Kan liefhebben.
Want je kunt ontzettend hard vechten voor je zelfstandigheid en emancipatie…
en ondertussen nog steeds gewoon graag een lief in je leven willen.
En misschien zou ik tijdens dat diner mijn koffie langzaam koud laten worden.
Want sommige gesprekken wil je niet onderbreken.
En ergens, heel misschien, zou ik mijn moeder nog één keer horen zuchten.
‘Ik krijg nog eens grijze haren van jou.‘
Waarop ik haar waarschijnlijk nog steeds zou antwoorden:
‘Mam, kijk eens wat ervan gekomen is.‘❤️
Geef een reactie