De dag dat iemand mij anders naar mezelf liet kijken

Dagelijkse schrijfopdracht
Waar maakte je je vroeger zorgen over, maar nu niet meer?

Vroeger wilde ik vooral begrepen worden

Er was een tijd dat ik me ontzettend druk maakte over wat andere mensen van mij vonden.

Niet omdat ik zo graag wilde opvallen.

Integendeel.

Ik wilde gewoon mezelf zijn.

Alleen bleek dat voor veel mensen ingewikkelder dan voor mij.

Als puber liep ik zelden met de massa mee.

Ik droeg vrijwel altijd zwarte kleding.

Mijn ogen omlijnde ik met een stevige cat-eye.

Felrode of knalroze lippenstift maakte het plaatje compleet.

En mijn haar?

Dat stond zo hoog getoupeerd dat het soms eerder de kamer binnenkwam dan ikzelf.

Ik keek anders naar de wereld.

En blijkbaar zagen andere mensen dat ook.

Regelmatig hoorde ik opmerkingen als:

“Daar heb je haar weer.”

Of:

“Waarom moet jij altijd zo anders zijn?”

Opvallend genoeg probeerde ik niemand ergens van te overtuigen.

Ik drong mijn mening niet op.

Ik wilde niemand veranderen.

Ik keek gewoon… nét iets anders.

Toch voelde dat voor sommige mensen als een uitnodiging om daar iets van te vinden.

En eerlijk?

Dat deed pijn.

Ik begon mezelf kleiner te maken.

En op een gegeven moment begon ik mezelf terug te trekken.

Ik hield mijn kijk op onderwerpen steeds vaker voor me.

Niet omdat ik niets meer te zeggen had.

Maar omdat ik het zat was om telkens weer uit te leggen waarom ik anders dacht.

Het maakte me onzeker.

Niet over mijn kleding.

Niet over mijn make-up.

Maar over mezelf.

Waarom vonden mensen het zo moeilijk dat ik niet in het plaatje paste?

Waarom leek mijn uiterlijk voor sommigen belangrijker dan wie ik werkelijk was?

Er waren dagen dat ik mezelf suf kon piekeren.

Waarom moest iedereen daar iets van vinden?

Waarom moest dat ook altijd hardop gezegd worden?

Mijn oplossing was eenvoudig.

Ik ging mensen mijden.

En ik ging op zoek naar mensen bij wie ik mezelf wél kon zijn.

Gelukkig vond ik die.

Een prachtige, bonte groep vrienden.

Mensen met verschillende achtergronden.

Verschillende culturen.

Verschillende verhalen.

Maar allemaal met dezelfde nieuwsgierigheid naar de wereld.

We voerden eindeloze filosofische gesprekken.

Bespraken onderwerpen waar anderen misschien met een boog omheen liepen.

En wakkerden het vuur aan dat iedere adolescent ergens in zich draagt.

Binnen die groep ontstond een bijzondere vriendschap.

Met Ronaldo.

Een boom van een kerel.

Hij was vanuit het buitenland naar Nederland gekomen om hier te studeren.

Na school liepen we vaak samen naar de bus.

Die wandelingen duurden misschien twintig minuten.

Maar de gesprekken die we voerden…

die draag ik nog altijd met me mee.

Op een dag keek hij me ineens aan en zei:

‘Ik snap eigenlijk niet waarom jij zo onzeker bent over wie je bent.‘

Ik keek hem verbaasd aan.

‘Kijk eens naar jezelf.‘

‘Jij hebt juist de moed om iedere dag zó de wereld in te stappen.‘

‘Dat is geen onzekerheid.‘

‘Dat is kracht.‘

‘Dat is zeker zijn van wie je bent.‘

Ik was stil.

Echt stil.

Alsof iemand een raam had opengezet in een kamer waarvan ik niet eens wist dat die bestond.

Zijn woorden kwamen niet alleen mijn hoofd binnen.

Ik voelde ze.

Ik stamelde een zacht:

‘Dank je.’

En gaf hem een knuffel.

Toen de bus kwam, ging ik bij het raam zitten.

Ronaldo bleef staan waar hij stond.

De bus trok langzaam op.

Ik zwaaide.

Hij zwaaide terug.

Met een brede glimlach.

En ergens tussen die bushalte en mijn huis…

begon er iets in mij te veranderen.

Sinds die dag ben ik niet veranderd. Alleen de manier waarop ik naar mezelf keek.


Reacties

Geef een reactie

Ontdek meer van Studio De Kinder-babbelaar

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder