De quote die een kindercentrum veranderde

Dagelijkse schrijfopdracht
Wat is je favoriete citaat?

‘ Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan.

Nog voordat de quote-politie sneller dan het licht onder mijn blog verschijnt…

Ik weet het.

Pippi Langkous heeft deze zin waarschijnlijk nooit letterlijk uitgesproken.

Er bestaan verschillende theorieën over waar hij vandaan komt.

Maar eerlijk?

Dat interesseert me eigenlijk helemaal niet.

Want soms is een quote belangrijker dan degene die hem ooit bedacht.

En deze…

werd op één van mijn werkplekken een levend begrip.

Het is alweer jaren geleden.

Maar ik zie het nog precies voor me.

In de groep hadden we een speciaal voorleeshoekje.

Misschien wel mijn favoriete plek van het hele gebouw.

Een hoogpolig vloerkleed.

Zitzakken in warme aardetinten.

Kussens.

Knuffels.

Lichte gordijnen die zacht bewogen wanneer er een raam openstond.

Een plek waar kinderen vanzelf zachter gingen praten.

Of juist helemaal niets meer zeiden.

Ik ging zitten.

Een boek op schoot.

En binnen een paar tellen gebeurde altijd hetzelfde.

Alsof iemand een onzichtbare bel had geluid.

Eén voor één kwamen de kinderen erbij zitten.

Sommigen kropen in een zitzak.

Anderen gingen languit op het kleed liggen.

En er was altijd wel een kind dat tegen me aan kwam zitten.

Vandaag…

las ik voor uit Pippi Langkous.

Ik begon te lezen.

Mijn stem bewoog mee met het verhaal.

Mijn gezicht vertelde minstens zoveel als de woorden.

En wanneer Pippi weer eens iets deed waarvan iedere volwassene spontaan grijze haren kreeg…

zag ik rondom me tientallen ogen groter worden.

Niemand zei iets.

Iedereen zat in Villa Kakelbont.

Toen het boek uit was…

begon eigenlijk pas het mooiste gedeelte.

‘Wat vonden jullie van Pippi?’

De verhalen kwamen vanzelf.

‘Ze durft alles.’

‘Ze is niet bang.’

‘Ze is supersterk.’

En toen kwam die ene zin voorbij.

‘Ik heb het nog nooit gedaan… dus ik denk dat ik het wel kan.

Ik vroeg de kinderen:

‘Hebben jullie wel eens iets gedaan wat je eerst spannend vond?’

En ineens ontstonden de mooiste gesprekken.

Over leren fietsen.

Voor het eerst van de glijbaan.

Nieuwe groenten proeven.

Zonder zijwieltjes.

Of slapen bij opa en oma.

Het zaadje was geplant.

Vanaf dat moment…

ging die zin een eigen leven leiden.

Niet alleen bij de kinderen.

Ook bij ons.

Tijdens de gymles bouwden we uitdagende parcours.

Balanceren.

Klimmen.

Springen.

En natuurlijk zat er altijd wel een onderdeel tussen waarvan een paar kinderen meteen riepen:

‘Dat kan ik niet.’

Dan liep één van de pedagogisch medewerkers rustig naar het obstakel.

Bleef even staan.

Keek ernaar.

En zei met een grote glimlach:

‘Ik heb het nog nooit gedaan… dus ik denk dat ik het wel kan.

Ze probeerde het.

De eerste keer lukte het niet.

Nog een keer.

Weer niet.

Nog een keer.

En ineens…

lukte het.

Vanuit de zaal klonk gejuich.

En nog voordat wij iets konden zeggen, riepen de kinderen door elkaar:

‘Ik heb het nog nooit gedaan… dus ik denk dat ik het wel kan!

En dan weet je het…..

en zag ik iets gebeuren.

Niet omdat kinderen ineens alles konden.

Maar omdat ze ontdekten dat iets nog niet kunnen…

iets heel anders is dan iets nooit kunnen.

Dat verschil is enorm.

Want “nog niet” laat ruimte.

Ruimte om te oefenen.

Om te groeien.

Om opnieuw te proberen.

Misschien is dat wel de grootste kracht van verhalen.

Ze vermaken niet alleen.

Ze planten zaadjes.

Zaadjes die soms jaren later nog steeds groeien.

En iedere keer wanneer ik zelf voor iets nieuws sta…

hoor ik ergens nog steeds een klein meisje met twee rode vlechten fluisteren:

‘Je hebt het nog nooit gedaan…

‘..dus waarschijnlijk kun je het wel.’


Reacties

Geef een reactie

Ontdek meer van Studio De Kinder-babbelaar

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder