Waarom er nog steeds een beetje Pippi in mij leeft

Dagelijkse schrijfopdracht
Wie is het fictieve personage waar je het meest mee te maken hebt?

Als ik mezelf zou mogen vergelijken met een fictief personage…

dan wordt het zonder enige twijfel iemand uit de pen van Astrid Lindgren.

Wat kon die vrouw schrijven.

Generaties kinderen groeiden op met haar verhalen.

En eerlijk?

Ik was er daar één van.

Ik verslond haar boeken.

De avonturen van Ronja de Roversdochter.

De Gebroeders Leeuwenhart.

Emil.

En natuurlijk…

Pippi Langkous.

Alsof de boeken nog niet genoeg waren, verschenen haar verhalen ook op televisie.

En daar zat ik.

Met grote ogen.

Vol bewondering.

Ik keek hoe Pippi haar paard Kleine Witje zonder enige moeite optilde.

Hoe ze helemaal alleen woonde in Villa Kakelbont.

Hoe ze haar kist vol goudstukken zonder enige zorgen op tafel gooide.

En hoe de boeven die haar schat wilden stelen steevast van een koude kermis thuiskwamen.

Want Pippi was nergens bang voor.

Ze was beresterk.

Eigenwijs.

Vrij.

En ze leefde volgens haar eigen regels.

Samen met Tommy en Annika beleefde ze de mooiste avonturen.

Ik weet nog dat ik als klein meisje maar één ding dacht:

“Later wil ik net als Pippi zijn.”

Dus deed ik mijn haar in twee vlechten.

Ik pakte stiekem het oogpotlood van mijn grote zus.

En tekende sproeten op mijn gezicht.

In mijn beleving was ik al een heel eind op weg.

Vele jaren later, toen ik dezelfde boeken aan Jip en Moos voorlas, gebeurde er iets bijzonders.

Ik keek niet meer naar Pippi door de ogen van een kind.

Ik keek naar haar als volwassene.

En ineens besefte ik dat ik helemaal niet op Pippi wilde lijken.

Ik wilde niet haar kracht.

Niet haar goudstukken.

Niet eens haar Villa Kakelbont.

Wat ik werkelijk bewonderde…

was haar vrijheid.

Haar nieuwsgierigheid.

Haar moed om haar eigen koers te varen.

In het traditionele gezin waarin ik opgroeide waren die dingen voor een meisje helemaal niet vanzelfsprekend.

Er waren verwachtingen.

Regels.

Onzichtbare lijntjes waar je liever niet buiten kleurde.

Maar ergens diep vanbinnen was ik altijd nieuwsgierig naar wat er achter die lijntjes lag.

Ik wilde ontdekken.

Zelf ervaren.

Mijn eigen mening vormen.

Misschien was dat wel waarom Pippi mij zo aansprak.

Zonder dat ik het doorhad, werd zij een klein kompas.

Niet omdat ik net als zij wilde worden…

maar omdat zij me liet zien dat er méér mogelijkheden waren dan de wereld waarin ik opgroeide.

Langzaam brak ik los uit die vanzelfsprekendheden.

Niet met grote sprongen.

Maar stapje voor stapje.

En toen Jip en Moos geboren werden, wist ik één ding heel zeker.

Zij mochten ontdekken.

Vragen stellen.

Vieze knieën krijgen.

Bomen beklimmen.

Hun eigen mening ontwikkelen.

Niet omdat ik Pippi wilde opvoeden.

Maar omdat ik kinderen de vrijheid wilde geven om zichzelf te worden.

Misschien heeft Pippi mij wel de belangrijkste les uit mijn jeugd geleerd.

Dat anders zijn helemaal niet erg is.

Sterker nog…

juist daar begint vaak het mooiste avontuur.

En heel soms…

als ik een eigenwijze beslissing neem…

of nieuwsgierig een onbekend pad insla…

dan glimlach ik even.

Want ergens loopt er nog steeds een meisje met twee scheve vlechten en een gezicht vol sproeten.

Alleen…

ze heet inmiddels geen Pippi Langkous meer.

Ze heet Polly.


Reacties

Geef een reactie

Ontdek meer van Studio De Kinder-babbelaar

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder