
De grootste “fout” die mensen maken als ze Nederland bezoeken
Ik ben bevoorrecht om op een plek te werken waar de wereld dagelijks aan mijn bureau voorbij wandelt. Een internationale omgeving waar gewerkt, gelachen, geleerd en onderzocht wordt. Van Finland tot Italië. Van Amerika tot de Balkan. Van Australië tot Iceland. Iedereen arriveert met een koffer vol verwachtingen en een hoofd vol vooroordelen.
In het begin kijkt men vooral de kat uit de boom. De omgeving wordt verkend, praktische zaken worden uitgezocht en langzaam probeert men grip te krijgen op het Nederlandse leven.
Amerikanen kijken verbaasd naar de openingstijden van onze winkels. ‘Hoe bedoel je, de supermarkt sluit gewoon?’ Italianen proberen te begrijpen waarom wij zo enthousiast zijn over een latte Macchiato die volgens hen eigenlijk nergens naar smaakt. Fransen trekken soms een wenkbrauw op bij een stokbrood waarvan zij vinden dat het de naam stokbrood niet mag dragen. En de Aussies die lachen omdat ik een “grote ” spin zie. ‘Girl, that’s a baby spider’.
En ik geniet van al die ontdekkingen.
Ondertussen begint er iets moois te gebeuren. Ze wennen aan de fietspaden, accepteren dat regen geen reden is om thuis te blijven en ontdekken dat Nederlanders verrassend vriendelijk zijn zodra je door die eerste laag van directheid heen prikt.
Een collega belde mij eens op. We zouden samen naar het blotevoetenpad gaan.
‘Zullen we het verzetten?’ ‘Het regent.’
Ik was even stil.
‘Dat klopt,’ antwoordde ik. ‘Maar waarom zouden we het daarom verzetten?’
Aan de andere kant van de lijn bleef het even stil.
En dan beginnen de interessante gesprekken. Want voor je het weet, geef je iemand een typisch Nederlands gezegde mee. Om het vervolgens maanden later vrolijk terug naar je hoofd geslingerd te krijgen.
‘We zijn toch niet van suiker?’
Laatst vroeg een Amerikaanse stagiaire heel voorzichtig:
‘Wat is eigenlijk het verschil tussen Holland en Nederland?’
Een uitstekende vraag. Na mijn uitgebreide uitleg volgde een verbaasd:
‘Oh!’
Vrijwel iedereen werkt vervolgens hetzelfde lijstje af. Amsterdam. Kinderdijk. Keukenhof. Volendam. De bekende plaatjes die de hele wereld kent. Begrijp me niet verkeerd, die plekken zijn prachtig en absoluut een bezoek waard.
Maar daarna begint wat mij betreft het echte Nederland.
Dan stuur ik ze liever naar Delft dan naar de zoveelste drukke straat in Amsterdam. Naar de Krimpenerwaard om de polders te ervaren. Naar kleine dorpen waar de tijd soms net iets langzamer lijkt te lopen. Naar plekken waar je nog kunt voelen hoe Nederland ooit was.
En juist daar gebeurt het.
Daar ontdekken ze dat Nederland meer is dan tulpen, molens en kaas. Dat nostalgie soms verstopt zit achter een dijkweggetje, een oud dorpsplein of een fietstocht langs weilanden waar de koeien je nieuwsgieriger aankijken dan de mensen.
Een collega uit Puerto Rico besloot na veel twijfel en lichte paniek mee te doen aan onze fietscultuur. Hij ging op de fiets naar het werk.
De eerste dag zag ik een soort Michelin-mannetje van zijn fiets stappen. Een dikke trui, een dikke jas, een muts onder zijn helm en voor de zekerheid nog een extra broeklaag.
Ik lag bijna onder mijn bureau van het lachen.
Zijn wangen stonden op standje diepvries, zijn lippen waren blauw van de kou en zijn ademhaling klonk alsof hij zojuist de Alpe d’Huez had beklommen.
‘Hoe dóén jullie Nederlanders dit?’ vroeg hij. ‘Het is ijzig koud en jullie fietsen alsof het niets is. Ik zag onderweg zelfs een man in een korte broek!’
Voor de beeldvorming: het was ongeveer twintig graden.
Maar hij hield vol.
Tegenwoordig fietst hij ook met regen, wind en zelfs een beetje vorst. En inmiddels vindt hij dat hij officieel mag zeggen dat hij ingeburgerd is.
Uiteindelijk komt ook het Nederlandse eten aan bod.
Voor veel Europeanen verschilt dat niet eens zo heel veel van thuis. Maar bezoekers van andere continenten beleven dat soms heel anders.
Dan verschijnt er ineens een verraste blik na de eerste hap.
‘Oh… zo hoort eten dus te smaken.’
Minder toevoegingen. Minder kunstmatige smaakmakers. Gewoon eten dat naar eten smaakt.
Er wordt regelmatig steen en been geklaagd over hoe anders zelfs de McDonald’s smaakt dan thuis.
‘Tuurlijk,’ zeg ik dan. ‘Zelfs daar zit hier minder troep in. En de meeste Nederlanders vinden nog steeds dat er teveel toevoegingen in zitten.’
Het mooiste komt pas later.
Wanneer collega’s weer terug zijn in hun thuisland, verschijnen de eerste berichtjes.
Niet over de molens.
Niet over Amsterdam.
Niet over de tulpen.
Maar over hoe erg ze het verse eten missen. En zelfs het niet toevoegen van ijs in je drankje.
Ik glimlach dan altijd een beetje.
Want de grootste fout die mensen maken wanneer ze Nederland bezoeken, is niet dat ze de verkeerde plekken bezoeken.
Het is dat ze denken dat Nederland alleen bestaat uit de plekken die op de ansichtkaarten staan.
Het echte Nederland vind je vaak net een afslag verder.

Plaats een reactie