
Palindrome – 191 woorden
Soms brengt schrijven me terug naar plekken waarvan ik dacht dat ik ze achter me had gelaten. Wanneer je je autobiografie schrijft, hoef je niets te verzinnen. Alles is er nog. Elke gebeurtenis. Elk gezicht. Elk gesprek. Alles zit opgeslagen in je hoofd en soms ook nog in je lijf. En dan gaan mijn gedachten uit naar jullie. Naar zomeravonden die eindeloos leken. Wijn en tapas op tafel. Blote voeten in het gras tijdens Castlefest. Schor van het lachen om niets en tegelijk om alles. Jullie waren mijn thuis. Mijn rotsen. Mijn veilige plek voordat alles langzaam begon te verschuiven. Toen kwam hij. Een narcist. En ik verloor jullie. Niet in één klap. Misschien was dat makkelijker geweest. Nee… ik verloor jullie stukje bij beetje. Terwijl ik mezelf bleef vertellen dat het tijdelijk was. Dat ik het later nog wel uit zou leggen. Dat er nog tijd genoeg was. Maar tijd is meedogenloos wanneer je zwijgt. Eén van jullie is inmiddels overleden. En mijn hart bloedt nog altijd omdat ik nooit afscheid van je heb kunnen nemen. Hier thuis noemen we hem de hofnar. Een man die koning wilde zijn, maar vooral alles kapotmaakte wat zacht was. Ook dat tussen ons. En nu zit ik hier. Schrijvend. Met spijt in mijn borst. En met die ene gedachte die blijft: kon ik nog maar één keer tegenover jullie zitten.

Plaats een reactie