
Een van de leukste onderdelen van mijn werk vind ik het begeleiden van stagiaires en nieuwe medewerkers. Langzaam begin ik een oude rot in het vak te worden. Al klinkt dat meteen alsof ik nu alles weet en geloof me, dat is absoluut niet zo. Ik leer zelf nog iedere dag. Grote dingen, kleine dingen, inzichten waarvan ik denk: dát neem ik mee. En soms ook dingen waarvan ik vooral denk: ach ja… ook goed.
Maar wat ik door de jaren heen wel steeds beter heb geleerd, is mensen lezen. Aanvoelen waar iemand vastloopt, waar onzekerheid zit en waar iemand juist ruimte nodig heeft om te groeien. En eerlijk? Dat stukje blijft misschien wel het mooiste van het vak.
Die jonge mensen die binnenkomen met frisse ogen en een hoofd vol ideeën… ik geniet daarvan. Ze kijken nog onbevangen naar het werkveld. Stellen vragen waar ik soms zelf opnieuw door ga nadenken. Dat houdt je scherp.
Alleen zit er soms één klein probleem in mijn hoofd.
Zij zijn begin twintig… en ergens denkt mijn brein stiekem nog steeds dat ik dat ook ben. Tot ik mezelf ineens in een spiegel zie en denk: Flip… waar is die tijd gebleven?
En nee, ik wil absoluut niet degene worden die steeds begint met: “Vroeger…” Maar soms ontkom ik niet aan bepaalde observaties. Niet uit nostalgie, maar gewoon omdat ik zie dat het onderwijs veranderd is.
Toen ik zelf studeerde, hadden we zóveel verschillende vakken. Filosofie, sport en spel, omgangskunde… noem maar op. Het curriculum voelde breed. Je werd niet alleen opgeleid om handelingen uit te voeren, maar ook om na te denken. Om jezelf te ontwikkelen als mens én professional.
Nu, wanneer ik diploma’s en cijferlijsten van stagiaires bekijk, valt me op hoeveel minder vakken er nog over zijn. En dat vind ik oprecht jammer.
Vooral filosofie mis ik.
Wanneer ik dat zeg, kijken sommige jongeren me verbaasd aan. “Wat moet je daar nou mee in de kinderopvang?”
Maar voor mij gaat filosofie helemaal niet over moeilijke denkers of ingewikkelde boeken. Het gaat over leren kijken. Leren nadenken. Communiceren. Reflecteren. Je eigen overtuigingen onderzoeken. Juist dát heb je nodig wanneer je met mensen werkt en al helemaal wanneer je met kinderen werkt.
Wat ik daarnaast misschien nog wel meer mis, is kennis over de verschillende pedagogische stromingen. Veel studenten leren tegenwoordig vooral hoe iets moet, maar minder waarom.
Mijn eigen rode draad ligt sterk bij Bronfenbrenner en de ecologische pedagogiek. Ik ben daar echt een groot aanhanger van. Het idee dat een kind nooit los gezien kan worden van zijn omgeving klopt voor mij tot in de kern van dit vak.
En toch merk ik vaak dat veel jonge medewerkers die naam nauwelijks kennen.
Precies daar ontstaat mijn motivatie.
Ik neem ze mee in de verschillende stromingen binnen de pedagogiek. Niet omdat één visie dé waarheid is, maar omdat ik wil dat ze ontdekken wat bij hen past. We praten, discussiëren en dagen elkaar uit.
Wat spreekt je aan?
Waar geloof jij in?
Hoe kijk jij naar kinderen?
Welke pedagoog past bij wie jij bent?
En juist in die gesprekken gebeurt iets moois. Want pedagogiek gaat voor mij niet alleen over kinderen begeleiden. Het gaat ook over professionals laten groeien in hoe zij kijken, voelen en verbinden.
Misschien is dat wel waarom ik dit werk na al die jaren nog steeds met zoveel liefde doe. Omdat ik niet alleen kinderen zie groeien, maar soms ook de volwassenen om hen heen.

Plaats een reactie