
Mijn relatie heeft geen hekwerk nodig. Niet meer althans.
Er was een tijd dat ik dacht dat gezonde grenzen betekenden dat je vaak nee moest zeggen.
Dat je stevig moest staan.
Je voet neer moest zetten.
Duidelijk moest zijn.
Maar als ik eerlijk ben, wist ik jarenlang niet eens hoe een gezonde grens eruitzag.
Ik kom uit een gezin waar vragen niet altijd gesteld mochten worden. Waar aanpassen veiliger voelde dan tegenspreken. Waar de behoeften van een ander vaak belangrijker waren dan die van jezelf.
Daardoor nam ik een overtuiging mee mijn volwassen leven in:
Als de ander tevreden is, dan is het goed.
Dus ik paste me aan.
Ik hield rekening met iedereen.
Ik loste op.
Ik begreep.
Ik gaf nog een kans.
En nog één.
Tot ik op een dag ontdekte dat ik iedereen ruimte gaf, behalve mezelf.
Dat was het moment waarop mijn kijk op grenzen veranderde.
Tegenwoordig zie ik een gezonde grens niet als een muur.
Ik zie hem als een tuinhek.
Mensen zijn welkom.
Heel welkom zelfs.
Maar niet iedereen krijgt automatisch een sleutel.
Sommige mensen mogen aanbellen.
Sommige mensen mogen binnenkomen.
En sommige mensen mogen best buiten blijven staan.
Niet omdat ik hard ben geworden.
Maar omdat ik heb geleerd dat mijn rust ook iets waard is.
Dat mijn tijd iets waard is.
Dat mijn energie iets waard is.
En dat liefde nooit zou moeten vragen om het opgeven van jezelf.
Voor mij beginnen gezonde grenzen daarom niet bij de ander.
Ze beginnen bij één simpele vraag:
Voelt dit nog goed voor mij?
Dat lijkt een kleine vraag.
Maar soms verandert die vraag een heel leven.
Gezonde grenzen beginnen niet in een relatie.
Ze beginnen op het moment dat je jezelf toestemming geeft om ze te hebben.

Plaats een reactie