Een cursusje hier en daar… maar wat als de basis ontbreekt?

Wat is de beste online cursus die je ooit hebt gevolgd?

Bekijk alle reacties
Een persoon die achter een laptop zit met een donkere achtergrond, met de tekst 'Een cursus volgen' en een inschrijfknop.

Als ik over mijn schouder kijk naar de dertig jaar waarin ik actief ben geweest in de kinderopvang, heb ik heel wat mensen zien komen en gaan. Ik heb collega’s zien groeien, zich zien ontwikkelen en met een aanvullende opleiding een paar stappen omhoog zien zetten. Prachtig om te zien, want leren en jezelf blijven ontwikkelen zijn wat mij betreft belangrijke onderdelen van je werkende leven.  

Maar in die dertig jaar heb ik ook iets anders zien veranderen: de opleidingen zelf.

Waar ik bij nieuwe collega’s vroeger nog vakken als filosofie en psychologie voorbij zag komen, lijken dat soort lessen steeds meer naar de achtergrond te zijn verdwenen. Ik heb het gevoel dat het onderwijs aan inhoud en diepgang verliest. Waar studenten voorheen voor allerlei onderdelen van hun opleiding een scriptie moesten schrijven, lijkt de lat tegenwoordig soms een stuk lager te liggen.

Een opdracht waarbij je leert hoe je een ontbijt verzorgt, is natuurlijk prima. Praktijkervaring is belangrijk. Maar als dat ten koste gaat van de theoretische basis die je nodig hebt om je werk goed te kunnen doen, dan vraag ik me toch af of we wel de goede kant op gaan.

Als ik vervolgens in het nieuws lees over de positie van het Nederlandse onderwijs op internationale ranglijsten, maak ik me daar eerlijk gezegd zorgen over.

Want de ervaren generatie op de werkvloer gaat straks met pensioen. En met die mensen dreigt ook een hoop kennis en ervaring te verdwijnen. Kennis die je niet zomaar uit een handboek haalt, maar die je opbouwt door jarenlange ervaring, goed onderwijs en het vermogen om logisch na te denken.

En dat laatste lijkt soms een steeds grotere uitdaging te worden.

Laat ik dat eens uitleggen aan de hand van een praktijkvoorbeeld.

Een jaar of drie geleden hadden we op het kindercentrum waar ik werkte verschillende vacatures openstaan. Pedagogisch medewerkers waren schaars, zeker in de periode na corona. Na heel wat advertenties en gesprekken waren we blij dat we weer nieuwe collega’s konden verwelkomen.

Omdat de nood hoog was, zijn we met meerdere kandidaten aan de slag gegaan.

Eén nieuwe collega viel me al vrij snel op. Niet zozeer door wat ze deed, maar vooral door de manier waarop ze bepaalde situaties interpreteerde.

We hadden een kindje op de groep waarvan we graag meer wilden weten over het eetpatroon thuis. Wat at het kind gedurende de week? En kreeg het voldoende voedingsstoffen en vocht binnen?

Op ons advies was moeder naar de kinderarts gegaan. Daar werd het kind uitgebreid onderzocht. Even binnenstebuiten gekeerd, zeg maar.

Mijn nieuwe collega maakte zich daar behoorlijk zorgen over.

Dat moest toch wel erg veel pijn doen? Wat zielig voor dat kindje!

Ik keek haar aan en moest een beetje schaapachtig lachen. Dat zal wel een grapje zijn, dacht ik nog. Al keek ze er wel heel serieus bij.

Een tijdje later had ik moeder bij mij op kantoor. We bespraken de situatie en keken wat we konden aanpassen in het voedingspatroon. Het kind moest gevarieerder gaan eten, meer fruit binnenkrijgen en voldoende vocht drinken. Alle vocht moest in de vorm van melk worden gegeven. We spraken af dat we de vochtinname goed in de gaten zouden houden, met als richtlijn minimaal 500 ml.

Ik maakte er een overzichtelijk schema van en bracht het naar de groep.

En daar was ze weer, mijn collega.

Ze vond het wel erg zielig dat het kindje nu al op dieet moest.

Ze is toch helemaal niet dik?

Ik keek haar opnieuw aan. Inmiddels begon ik me toch een beetje zorgen te maken.

Ze bekeek het lijstje en ik vroeg of ze nog vragen had.

Nou, die had ze.

Haar gezicht stond inmiddels op standje diepe frons en toen kwamen de woorden die ik niet snel meer zal vergeten:

‘Ja, maar Polly… als het kindje alleen maar melk mag, dan verdroogt ze toch? Ze krijgt helemaal geen water binnen! En hoe kan ze nu die vijf liter eten? Tjee, wat zielig zeg! Hoe moeten we haar dan zindelijk krijgen als ze gaat verdrogen?’

Ik was even stil.

En toen begon ik te lachen. Niet omdat het nou zo grappig was, maar vooral omdat ik compleet verbouwereerd was.

Wat was hier in vredesnaam aan de hand?

Na nog wat vragen te hebben gesteld, werd duidelijk dat mijn collega niet goed begreep wat er bedoeld werd met vocht. Dat 500 ml geen hoeveelheid eten was, maar drinken. En dat melk óók meetelt als vocht.

Het kind hoefde dus geen vijf liter te eten. De afgesproken hoeveelheid was 500 ml vocht, in de vorm van melk. Maar in het hoofd van mijn collega was inmiddels een heel ander scenario ontstaan, inclusief een uitdrogend kind dat nooit meer zindelijk zou worden.

Gelukkig konden we het uiteindelijk uitleggen, maar mijn collega was compleet van haar stuk. Ze begreep er werkelijk niets meer van.

Natuurlijk weet ik dat dit een uitzonderlijk voorbeeld kan zijn. Althans, dat hoop ik van harte.

Iedereen heeft weleens een moment waarop iets niet meteen duidelijk is. En vragen stellen is juist goed. Ik heb veel liever een collega die iets vraagt dan iemand die doet alsof ze alles weet en ondertussen maar wat aanrommelt.

Maar hier ging het niet om een ingewikkelde medische handeling of een ingewikkelde theorie. Het ging om basale begrippen als milliliters en vocht.

En dat zette me aan het denken.

Wat leren we onze toekomstige pedagogisch medewerkers eigenlijk? Welke basiskennis mogen we verwachten? En hoe zorgen we ervoor dat mensen niet alleen een diploma halen, maar ook voldoende kennis en inzicht hebben om hun werk goed te kunnen doen?

Sindsdien is het bij het aannemen van nieuwe medewerkers een standaardvraag geworden. Ik wil graag weten of iemand de basis begrijpt, zodat ik kan inschatten welke begeleiding of aanvullende scholing nodig is voordat iemand zelfstandig aan de slag gaat.

Want uiteindelijk gaat het om kinderen. En die verdienen medewerkers die niet alleen liefdevol en betrokken zijn, maar ook weten wat ze doen en begrijpen waarom ze iets doen.

Een cursus hier en daar kan natuurlijk helpen. Je kunt altijd bijleren, kennis opfrissen en nieuwe inzichten opdoen. Daar ben ik absoluut voorstander van.

Maar soms zit het probleem dieper en is een extra cursus niet voldoende. Dan moet je eerlijk durven kijken of iemand op de juiste plek zit en of er genoeg basis is om verder te groeien. En soms betekent dat ook dat je wegen van elkaar moeten scheiden.

En die beste online cursus uit de titel?

Misschien is het wel die cursus die je leert dat je nooit uitgeleerd bent. Maar ik zou er dan wel eentje kiezen waarbij je eerst leert hoeveel milliliter er in een liter gaat. 

Want blijven leren is belangrijk. Maar een goede basis? Die blijft onmisbaar.


Reacties

Geef een reactie

Ontdek meer van Studio De Kinder-babbelaar

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder