
In de jaren dat ik werkzaam was in de kinderopvang, hoorde ik regelmatig dezelfde uitspraak.
‘Ik heb zoveel moeite met dat ene kind.‘
En iedere keer dacht ik hetzelfde.
Misschien zegt dat wel meer over jou…
…dan over het kind.
Dat klinkt misschien confronterend.
Maar laat me uitleggen waarom.
Gedrag is communicatie.
Altijd.
Kinderen vertellen ons voortdurend iets. Niet altijd met woorden, maar met hun gedrag. De vraag is alleen: zijn wij bereid om echt te luisteren?
Freddy was zo’n kind.
Een energiek baasje in een lichaam dat onmogelijk stil kon zitten.
Een kort, strak geknipt koppie.
Hazelnootbruine ogen.
En een guitige glimlach die vooral verscheen wanneer hij weer eens besloot níét te luisteren.
Hij zat hoog in zijn energie.
Was verbaal sterk.
En wist mijn collega’s soms tot wanhoop te drijven.
Ik zag het iedere ochtend gebeuren.
Nog voordat Freddy goed en wel binnen was, veranderde de lichaamstaal van één van mijn collega’s.
Haar schouders spanden zich aan.
Haar ademhaling werd korter.
Ze stond direct ‘aan.’
En Freddy?
Die voelde dat feilloos aan.
Binnen een paar minuten was het raak.
Hij rende.
Daagde uit.
Zocht grenzen op.
Alsof hij precies wist waar de spanning zat.
Aan het einde van haar dienst hadden we afgesproken even samen te zitten.
De tranen vloeiden.
‘Ik weet gewoon niet meer wat ik met hem moet.’
Ik luisterde.
En stelde daarna iets voor waar ze zichtbaar van schrok.
‘Ik wil dat jij morgen een half uur alleen met Freddy naar de gymzaal gaat.’
Ze keek me aan alsof ik haar straf verdubbelde.
‘Vertrouw me,’ zei ik.
‘Laat hem kiezen wat jullie gaan doen.’
‘Jij volgt.’
Meer niet.
De volgende dag liep ze zichtbaar gespannen met Freddy naar de gymzaal.
Ik zag twee mensen.
Allebei onzeker.
Allebei zoekend.
Iedere dag gingen ze opnieuw.
Een half uur.
Geen regels.
Geen verwachtingen.
Alleen samen spelen.
En langzaam gebeurde er iets bijzonders.
Niet alleen Freddy veranderde.
Mijn collega veranderde mee.
Ik zag haar ontspannen zodra hij binnenkwam.
Ze hoefde niet meer direct te corrigeren.
Ze begon te lachen om zijn humor.
Ze zag ineens hoe nieuwsgierig hij eigenlijk was.
En Freddy?
Die hoefde steeds minder te vechten om gezien te worden.
Na twee weken zaten we opnieuw samen.
Dit keer zonder tranen.
‘Ik snap het ineens,’ zei ze glimlachend.
‘Ik keek steeds naar zijn gedrag.’
‘Nu zie ik Freddy.’
En misschien was dat wel precies wat hij al die tijd nodig had.
Niet iemand die zijn gedrag probeerde te veranderen.
Maar iemand die de moeite nam om hem écht te leren kennen.
Sindsdien heb ik die ervaring vaak meegenomen.
Wanneer iemand tegen mij zegt:
‘Ik heb zoveel moeite met dat ene kind.‘
denk ik niet meteen aan het kind.
Ik vraag me eerst af:
Wat gebeurt er eigenlijk tussen deze twee mensen?
Want soms…
is de relatie de sleutel.
Niet het gedrag.

Plaats een reactie