
Soms zijn de meest recalcitrante kinderen juist de leukste
Ik ga vandaag eens heerlijk tegen de stroom in.
De prompt van vandaag? Daar word ik alleen maar een beetje somber van. En op een dag als vandaag heb ik daar helemaal geen zin in.
Ik ben wat dat betreft nogal recalcitrant.
Dwars voor de wagen, zoals mijn oma altijd zo mooi zei.
En eerlijk?
Misschien houd ik daarom juist zo van recalcitrante kinderen.
Niet omdat ze dwars zijn.
Maar omdat er zoveel kracht zit in een kind dat ontdekt dat het een eigen wil heeft. Dat het invloed kan uitoefenen op de wereld om zich heen.
Die koppies…
Ik moet soms echt wegkijken om mijn lach niet te laten zien.
Zoals bij Freya.
Anderhalve turf hoog. Nog net geen twee jaar oud. Een meisje met een karakter waar je onmogelijk omheen kon.
Freya praatte niet alleen met woorden.
Ze praatte met haar hele gezicht.
Als er één kind wist wat ze wel en niet wilde, dan was zij het.
En toch…
Ze had mijn hart gestolen.
In diezelfde periode werkte ik een nieuwe collega in: Karina.
Een lieve, rustige vrouw met engelengeduld.
Maar tussen Karina en Freya…
daar boterde het niet echt.
Vanaf de eerste dag.
Wat Karina ook probeerde, Freya liet zich niet overtuigen.
Ik gaf haar hier en daar wat tips.
‘Laat haar eens komen.’
‘Geef haar wat ruimte.’
‘Ga niet trekken.’
Maar Freya bleef Freya.
Op een dag mocht ze wennen op de peutergroep.
Ik stuurde Karina en Freya samen die kant op.
Misschien zou een andere omgeving helpen.
Karina ging in het speelkeukentje zitten.
‘Kom Freya,’ zei ze vrolijk. ‘Hier kun je leren koken.’
‘Uhu.’
‘Kom maar. We kunnen samen spelen.’
‘UHU.’
Nog steeds geduldig probeerde Karina het opnieuw.
‘Freya, kijk eens wat een leuke keuken.’
Freya keek haar aan.
Heel langzaam.
Ze zei opnieuw:
‘UHU.’
Maar deze keer maakte ze er een indrukwekkend armgebaar bij. Alsof ze Karina met één elegante zwaai compleet wegveegde.
En toen…
rolde ze zo overdreven met haar ogen dat ik serieus dacht dat ze ergens achter in haar hoofd zouden blijven hangen.
Ze draaide zich om.
Liep met haar kleine beentjes kordaat weg.
En terwijl ze wegliep…
klonk de meest duivelse, ondeugende schaterlach die ik ooit uit zo’n klein lijfje had horen komen.
Ik moest wegkijken.
Mijn schouders begonnen te schudden.
Hoe hard ik ook probeerde mijn lach in te houden…
het lukte niet.
Ik voelde me nog schuldig ook.
‘Sorry,’ zei ik tegen Karina. ‘Ik hoor hier niet om te lachen, maar die griet!’ ‘Kijk naar die beentjes.’
Ze schoot uiteindelijk zelf ook in de lach.
‘Dat kind geeft je gewoon compleet het nakijken,’ zei ik. ‘Je hebt nog flink wat werk voor de boeg voordat zij besluit dat jij erbij hoort.’
We hebben het er later nog vaak over gehad.
Want kinderen voelen haarfijn aan wanneer je gespannen bent.
Ze voelen wanneer je iets probeert.
Wanneer je te graag wilt.
En vooral…
wanneer je niet helemaal jezelf bent.
Freya leerde Karina uiteindelijk iets waar geen opleiding tegenop kan.
Verbinding laat zich niet afdwingen.
Die ontstaat pas op het moment dat een kind besluit:
Jou vertrouw ik.
En geloof me…
als je dat vertrouwen eenmaal hebt gewonnen, voelt dat als de mooiste overwinning die er is.

Plaats een reactie