Neeeeee! Het verhaal is nog niet klaar

Dagelijkse schrijfopdracht
If you could change the ending of any book, which one would it be?

Als ik eerlijk ben, weet ik niet eens of ik het einde van een boek zou willen veranderen.

Juist de boeken die me zijn bijgebleven, deden dat omdat het einde iets met me deed. Soms omdat het mooi was. Soms omdat het pijn deed. En soms omdat ik het boek dichtklapte en dacht: nee, nou zeg, dit meen je niet.

Maar het einde hoort bij het verhaal.

De auteur heeft niet voor niets voor die afloop gekozen. Of het nu een emotioneel einde is waarbij iemand overlijdt, of juist een einde waarin alles op zijn plek valt. Daar kan ik iets mee.

Aangezien ik toch eerlijk bezig ben, is er eigenlijk maar één soort einde waar ik kromme tenen van krijg.

Een open einde.

Ik weet het.

Ook daar heeft een schrijver bewust voor gekozen.

Maar ik kan er helemaal niets mee.

Mijn brein gaat direct in de hoogste versnelling. Binnen vijf minuten heb ik minstens honderd verschillende scenario’s bedacht. Wat gebeurde er daarna? Hoe liep het af? Kozen ze voor elkaar? Ging hij dood? Was het een droom? Bestaat de buurman eigenlijk wel?

Ik blijf achter met vragen.

Veel te veel vragen.

Een open einde is bedoeld om de lezer zelf te laten nadenken over de afloop van het verhaal.

Maar dat wil ik helemaal niet.

Ik wil juist stoppen met nadenken.

Ik wil het boek dichtklappen, tevreden zuchten en verder met mijn leven.

Niet drie dagen later nog onder de douche staan piekeren over een fictief personage.

En cliffhangers?

Daar begin ik al helemaal niet aan.

Ken je de film Inception?

Dat laatste shot. Die draaiende tol.

Valt hij om?

Valt hij niet om?

Was het een droom?

Was het werkelijkheid?

Nou… veeg me maar op.

Ik heb volgens mij langer over die tol nagedacht dan over sommige belangrijke beslissingen in mijn eigen leven.

Het enige moment waarop ik een open einde begrijp, is wanneer er een deel twee aankomt.

Dan is het slim.

Dan werkt het.

Maar verder?

Nee.

Geef mij maar gewoon een fatsoenlijk einde.

Ik heb mijn theorie ooit getest bij een groep peuters.

Voorlezen is een van de leukste onderdelen van mijn werk. Ik maak er een halve theatervoorstelling van. Stemmetjes, gezichtsuitdrukkingen, spanning opbouwen.

En peuters?

Die houden van herhaling.

Dus als een boek favoriet is, lees je het niet één keer.

Je leest het twintig keer.

Per week.

Lama Lama was jarenlang een van die favorieten.

Op een dag besloot ik een experiment te doen.

Ik sloeg twee pagina’s over.

Gewoon om te kijken wat er zou gebeuren.

Ik klapte het boek dicht.

‘Klaar.’

De spanning bleef letterlijk op hun gezichten staan.

Ogen gericht op mij.

Lijfjes naar voren.

En langzaam zag je het besef binnenkomen.

Dit klopt niet.

Eén peuter keek me aan.

‘Neeeeee!’ zegt er één….

‘Nog niet klaar!’ zegt een ander……

En ineens viel het kwartje bij de rest.

Ze waren beduveld.

Zie je het voor je? Twintig peuters die je aankijken alsof je zojuist de grootste misdaad uit de voorleesgeschiedenis hebt gepleegd.

Ik speelde natuurlijk het onschuldige slachtoffer.

‘Oh…’

Ik keek naar het boek.

‘Ben ik nu iets vergeten?’

De verontwaardiging was compleet.

En eerlijk?

Dat is precies hoe ik me voel bij een open einde.

Alsof iemand het boek twee pagina’s te vroeg heeft dichtgeslagen.

Alsof er nog iets moet komen.

Alsof het verhaal nog niet klaar is.

Dus als ik dan toch het einde van een boek mocht veranderen?

Dan zou ik waarschijnlijk geen specifiek boek kiezen.

Ik zou gewoon alle open eindes van de wereld stiekem twee hoofdstukken extra geven.

Zodat ik eindelijk weet hoe het afloopt.

Fediverse Reacties

Reacties

Plaats een reactie