
Wanneer mensen vragen welke angst ik heb overwonnen, denken ze vaak aan hoogtes, spinnen of spreken in het openbaar.
Maar mijn grootste angst had niets met dat soort dingen te maken.
Mijn grootste angst was vertrekken uit een zeer giftige relatie.
Achteraf gezien kan ik precies aanwijzen wanneer het begon. Niet met geschreeuw. Niet met dreigementen. Niet met geweld.
Het begon met iets wat veel onschuldiger leek.
Liefde.
Of beter gezegd: een overdaad aan liefde.
Ik werd overspoeld met aandacht, complimenten en cadeautjes. Alles draaide om mij. Ik voelde me gezien, gewaardeerd en bijzonder. Pas veel later leerde ik dat daar een naam voor bestaat: love bombing.
Maar zoals vaak gebeurt, bleef dat niet zo.
Langzaam veranderde de dynamiek.
De overdreven aandacht maakte plaats voor twijfel.
Twijfel aan mezelf.
Het begon met kleine dingen.
Waar waren de autosleutels?
Waarom lagen ze niet op hun vaste plek?
Waarom was ik zo chaotisch?
Zo vergeetachtig?
Zo onhandig?
Steeds vaker kreeg ik de schuld van dingen waarvan ik zeker wist dat ze niet klopten. Toch begon ik mezelf af te vragen of ik het misschien verkeerd zag.
Misschien had ik inderdaad iets vergeten.
Misschien was ik echt zo verstrooid.
Misschien was ik het probleem.
Dat is het verraderlijke van gaslighting.
Het gebeurt niet in één keer.
Het is alsof iemand elke dag een druppeltje gif aan je thee toevoegt. Niet genoeg om het direct te merken. Wel genoeg om langzaam je vertrouwen in jezelf af te breken.
Tot er bijna niets meer van over is.
Bijna.
Want vlak voordat ik volledig het vertrouwen in mijn eigen waarneming verloor, gebeurde er iets wat ik nog steeds zie als mijn wake-upcall.
Ik had die ochtend een vergadering.
Omdat het mooi weer was, ging ik op de fiets. Tussen de vergadering en mijn dienst zaten een paar uur, dus ik ging tussendoor naar huis. Later op de dag begon het te regenen en pakte ik de auto om naar mijn werk te gaan.
Een gewone dag.
Niets bijzonders.
De volgende dag vroeg hij waarom ik niet met de auto naar het werk was gegaan.
Ik vertelde hoe de dag verlopen was.
Fiets in de ochtend.
Auto in de middag.
Hij keek me aan en zei dat ik loog.
Ik was niet met de auto gegaan.
Ik was met de fiets gegaan.
Ik legde het nog een keer uit.
Rustig.
Stap voor stap.
Maar hij bleef volhouden.
Toen werd hij stil.
Ijzig stil.
En vervolgens kreeg ik een preek over eerlijkheid.
Over vertrouwen.
Over liegen.
Want als ik hierover al loog, waar loog ik dan nog meer over?
Terwijl hij sprak, gebeurde er iets.
Voor het eerst luisterde ik niet naar zijn woorden.
Ik luisterde naar mezelf.
Ik wist wat er gebeurd was.
Ik wist hoe mijn dag verlopen was.
Ik wist dat ik de waarheid sprak.
En opeens zag ik het.
Niet ik was de weg kwijt.
Hij probeerde mij de weg kwijt te laten raken.
Dat moment veranderde alles.
Niet omdat ik meteen vertrok.
Dat zou nog twee jaar duren.
Twee jaar van plannen maken, twijfelen, angst, opnieuw moed verzamelen en uiteindelijk de stap zetten.
Maar die dag was het begin van het einde.
Die dag stopte ik met geloven dat ik gek was.
Die dag begon ik mezelf weer te vertrouwen.
Dat is de angst die ik heb overwonnen.
Niet de angst voor hem.
Maar de angst om op mijn eigen waarneming te vertrouwen.
De angst om te zeggen: ik weet wat ik gezien heb, ik weet wat ik voel en ik weet dat dit niet gezond is.
Dat bleek uiteindelijk sterker dan alle manipulatie.
En hoewel de gevolgen nog altijd voelbaar zijn, tien jaar later zelfs, ben ik één ding nooit meer kwijtgeraakt:
Mijn vertrouwen in mezelf.
Dat heb ik teruggepakt.
En dat geef ik nooit meer weg.

Plaats een reactie