
Advies, tips, goedbedoelde voorstellen… als tiener kreeg ik vooral veel raad van mijn ouders. Ik had zelf ook wel een stemmetje dat iets anders zei. Een stem die soms een andere richting op wilde. Maar ik was jong, had nog weinig levenservaring en vertrouwde erop dat mijn ouders het beste met mij voor hadden.
Dus luisterde ik.
Achteraf gezien soms ook naar advies waarvan ik later dacht: waarom heb ik daar eigenlijk naar geluisterd?
Momenten waarop ik mezelf bijna streng toesprak, alsof ik dom was geweest. Terwijl het eigenlijk vooral laat zien hoe sterk vertrouwen kan zijn. En hoe dun de grens soms is tussen luisteren naar een ander en jezelf onderweg een beetje kwijtraken.
Dat gevoel komt vandaag de dag nog weleens voorbij.
Toen ik bijna achttien was en studeerde, ontdekte ik hoe goed psychologie mij lag. Het voelde bijna vanzelfsprekend. Ik haalde moeiteloos tienen en begreep de stof alsof die er altijd al in had gezeten. Alles klopte. Alles viel op zijn plek.
Bandura, Skinner, Wundt, James, Pavlov, Freud, Piaget, Rogers… ik verslond het. Ik vond het allemaal even fascinerend.
Mijn docent, een wat oudere vrouw waar ik veel bewondering voor had, zag dat ook. Ze liet me zelfs lessen voorbereiden en gaf me de ruimte om die aan mijn medestudenten te geven. Ik vond dat geweldig om te doen.
Na mijn eindexamen zei ze iets wat ik nooit ben vergeten.
“Ik heb nog nooit iemand met een 10 uit dit examen zien komen.”
En daarna vroeg ze:
“Dus… ga je door naar de universiteit?”
Ik had daar eerlijk gezegd nog niet over nagedacht. Maar vanaf dat moment was er iets geplant. Een zaadje.
Ik onderzocht het. Liet het idee landen. Voelde eraan. En daarna besprak ik het thuis.
De reactie van mijn ouders kwam hard binnen.
Dat zijn nog heel veel jaren school. Wie gaat dat betalen? Je moet nu maar gaan werken en geld verdienen. Ben je wel slim genoeg om dat te doen? Je bent niet bepaald een hoogvlieger. En met je dyslexie…
Bam.
Die kwam binnen.
En ik luisterde.
Dat is misschien wel het advies waar ik het meeste spijt van heb gehad dat ik het opvolgde.
Mijn docent is zelfs nog bij mijn ouders thuis geweest. Ze heeft geprobeerd voor me op te komen. Te laten zien wat zij al zag.
Maar mijn ouders bleven bij hun standpunt.
En ik bleef achter met de overtuiging dat ik waarschijnlijk niet slim genoeg was.Met een bloedend hart.
Jaren later doet dat soms nog steeds pijn.
Niet omdat ik niets heb bereikt. Integendeel. Toen ik eenmaal op mezelf woonde, ben ik alsnog een andere studie gaan doen. Heb mijn Ecologische Pedagogiek in de broekzak. Misschien ook wel om iets te bewijzen. Aan hen. Maar vooral aan mezelf.
Dat ik alles was… behalve dom.
Dus als je me nu vraagt of iemand mij ooit goed advies heeft gegeven?
Ja. Mijn docent.
En wat ik ermee heb gedaan?
Te weinig.
Maar misschien uiteindelijk toch genoeg. Want hoewel ik haar advies toen niet volledig durfde te volgen, is haar vertrouwen in mij altijd ergens gebleven.
En dat vertrouwen draag ik nog steeds met me mee.
Sindsdien vraag ik eigenlijk nauwelijks nog advies.
Ik luister liever naar mijn eigen stem. Naar mijn intuïtie.
En eerlijk?
Die blijkt opvallend vaak gelijk te hebben.
O ja… dat zaadje dat toen geplant werd, is uiteindelijk toch gaan groeien. Jaren later volgde ik alsnog psychologie. En ik rondde het af.

Plaats een reactie