
Het zwemmen werd voor mij veel meer dan alleen een sport. Als ik nu terugkijk, denk ik zelfs dat het jarenlang mijn redding is geweest. Mijn kindertijd thuis was niet altijd makkelijk. Er waren spanningen, onrust en momenten waarop ik me klein of verloren voelde. Maar zodra ik het zwembad binnenliep, veranderde er iets in mij.
Het water ving me op.
Alles wat thuis zwaar voelde, leek daar even verder weg. Onder water hoorde ik geen stemmen, geen spanning, geen verwachtingen. Alleen het gedempte geluid van bellen langs mijn oren en de stemmen van de kinderen op de rand, ergens ver weg. Het voelde alsof ik daar eindelijk ruimte had om gewoon te bestaan.
Ik denk dat ik daarom ook zo fanatiek werd. Niet alleen omdat ik het leuk vond, maar omdat het me vrijheid gaf. Controle misschien ook wel. In het water wist ik wat ik moest doen. Daar waren regels, ritme en duidelijkheid. Hoe harder ik zwom, hoe leger mijn hoofd werd.
Soms lag ik tijdens het vrijzwemmen gewoon op mijn rug naar het plafond te kijken. De geur van chloor in mijn neus, het warme water om me heen. Dat waren momenten waarop ik me onverwacht veilig voelde. Alsof het zwembad een wereld op zichzelf was, los van alles daarbuiten.
Mijn teamgenoten werden daarin ook belangrijk. We waren allemaal kinderen die uren in dat zwembad rondhingen. Na trainingen bleven we hangen aan de badrand, maakten grappen, daagden elkaar uit of lagen simpelweg lachend in het water zonder dat er iets hoefde. Daar hoorde ik erbij. Dat gevoel had ik buiten het zwembad niet altijd.
Maar zoals zoveel dingen in het leven, veranderde ook dit.
Toen ik naar het vervolgonderwijs ging, werd de afstand groter. De dagen langer. Reizen kostte ineens zoveel tijd dat het niet meer te combineren was met vier trainingen per week en wedstrijden in het weekend. Langzaam moest ik keuzes maken waarvan ik eigenlijk nog helemaal niet wilde dat ik ze moest maken.
Ik weet nog goed hoe dubbel dat voelde.
Alsof ik afscheid moest nemen van een deel van mezelf.
Niet alleen van het zwemmen, maar van de plek waar ik jarenlang alles kwijt kon. Mijn uitlaatklep. Mijn rust. Mijn veilige wereld.
En misschien is dat ook waarom ik het nog steeds zo helder voor me zie. De natte tegels. Het gefluit van de badmeester. Mijn haren die naar chloor roken. De warmte van het water wanneer je erin dook terwijl de wereld buiten koud aanvoelde.
Sommige plekken draag je je hele leven met je mee.
Voor mij zal dat altijd het zwembad zijn.

Plaats een reactie