Zon, kinderen en een volle auto: onze kampeer reis naar Spanje

Dagelijkse schrijfopdracht
Heb je ooit gekampeerd?

Zie het voor je: begin mei 2004. Een dag waarop alles nét een beetje lichter voelt. De zon piept speels tussen een paar verdwaalde, dikke wolken door en de eerste echte warmte van het jaar brengt ons langzaam tot leven. Vandaag staat er maar één ding op de planning: inpakken voor onze reis.

Om me heen dartelen de kinderen enthousiast rond, alsof ze de energie van de zon rechtstreeks hebben overgenomen. Ze willen helpen, natuurlijk willen ze helpen. “Wat hebben we allemaal nodig, mama?” vraagt mijn oudste, Thomas. Ik begin op te sommen: een tent, kookgerei, slaapzakken, kleding. Nog voordat ik klaar ben, onderbreekt hij me met een diepe zucht. “Dat is te veel voor mij, mama. Doe jij dat maar.” Ik schiet in de lach. “Is goed, knul. Ga jij maar lekker spelen.”

En zo gebeurt het. Terwijl zij spelen, werk ik me door stapels spullen heen. Uren later, met een bezweet voorhoofd en een voldaan gevoel, zeg ik hardop: “Klaar, we zijn klaar om te vertrekken.” Binnen no-time zitten de twee kleine mensjes al in de auto, klaar voor vertrek. “Eh… lieve schatten,” lach ik, “eerst nog één nachtje slapen. Dán gaan we.”

De volgende dag is het zover. We vertrekken richting Spanje. Mijn plan is om de reis in twee dagen te maken, met ergens in Frankrijk een overnachting. De achterbank verandert al snel in een kleine speeltuin. Schermpjes, kleurboeken, leesboeken en gezonde snacks liggen binnen handbereik. De kilometers glijden onder ons door terwijl de kinderen zich prima vermaken.

Op de tweede dag hebben we nog zo’n vijfhonderd kilometer voor de boeg. We verlaten de snelweg en laten ons meevoeren langs kleine Spaanse dorpjes en uitgestrekte landschappen. De weg slingert zich steeds hoger de bergen in. Langzaam verandert de omgeving. Groener, rustiger, bijna magisch.

Tot we aankomen.

Een prachtig bosrijk gebied verwelkomt ons. De lucht voelt fris en de stilte is bijna tastbaar. Op de camping worden we vriendelijk ontvangen en naar onze plek gebracht, een ruime, groene plek waar onze tenten straks zullen staan. We pakken uit, richten ons tijdelijke thuis in en dan begint het pas echt. Vijf weken lang is dit onze wereld, ons huis ver weg van huis. En ergens, tussen de bomen, de zon en het gelach van mijn kinderen, weet ik het zeker: dit worden weken om nooit te vergeten.


Reacties

Plaats een reactie