
Het is een zaterdag ergens in augustus wanneer we vertrekken. De zon is al vroeg wakker en verwarmt met volle kracht mijn huid zodra ik naar buiten stap. In de hal staan de duffelbags klaar, zorgvuldig ingepakt de avond ervoor. Altijd dat kleine moment van voorpret. Wetende dat er kilometers, nieuwe plekken en kleine avonturen op ons wachten.
Een uurtje later trek ik de deur achter me dicht, stap in de auto en begint onze roadtrip.
Al snel rijden we België binnen en langzaam verandert het landschap om ons heen. Alsof de wereld zachter wordt. Groener. Rustiger.
We krijgen zin in koffie en stoppen ergens in een klein dorpje waar een lokale bakkerij precies brengt wat we nodig hebben. Buiten op het terras zoeken we een plekje aan de zijkant. In de verte liggen koeien loom in het gras te herkauwen in de vroege middagzon.
We zeggen weinig.
Dat hoeft ook niet.
Soms is samen stil kunnen zijn het mooiste soort gezelschap.
Na een uurtje kijken we elkaar lachend aan. We hebben nog flink wat kilometers voor de boeg. Dus stappen we weer in en vervolgen onze weg richting Frankrijk.
De warmte van de zon zit inmiddels diep in mijn huid terwijl ik geniet van alles wat voorbijtrekt. We rijden over de Route du Soleil, maar vermijden bewust de tolwegen. Geen haast. Geen rechte snelwegen vol tankstations. Wij kiezen de alternatieve route richting onze eindbestemming: Chérier.
En precies daar begint Frankrijk voor mij echt te leven.
Romaanse kerkjes verschijnen tussen de heuvels. Kleine dorpjes vol verweerde luiken, oude stenen muren en dat typische authentieke karakter dat je alleen daar lijkt te vinden. Elk dorpje voelt alsof de tijd er net iets langzamer loopt.
Halverwege zien we een perfecte plek voor nóg een tussenstop.
Een klein terras. Een boulangerie. De geur van koffie en vers gebak hangt in de warme lucht.
De eigenaar begroet ons vriendelijk en met ons beste, ietwat stuntelige Frans bestellen we:
“Bonjour, pourrions-nous avoir deux cafés et deux abricot tartelettes ? Merci.”
Even later staan er twee dampende bekers koffie voor ons en eenvoudige abrikozen-tartelettes die werkelijk perfect smaken.
En eerlijk?
Dit soort kleine genietmomenten zijn in Frankrijk bijna heilig.
Niet eten langs de péage, maar juist stoppen bij een lokale boulanger. Dáár proef je het echte Frankrijk.
Ik kijk mijn lief lachend aan.
“Is het raar als ik mijn bordje aflik? Dit is zó lekker.”
Maar braaf schuif ik het lege bordje toch weer van me af.
We blijven daar zitten alsof de tijd heel even stilstaat. Mensen praten zacht op de achtergrond. De Franse taal klinkt bijna zingend om me heen. Ik versta maar flarden van de gesprekken, losse woorden die verdwijnen in het geroezemoes van de middag.
En toch voelt het vertrouwd.
“Nog twee uur tot Chérier,” zegt mijn vriend uiteindelijk.
Ik knik tevreden.
“Laten we weer gaan.”
We bedanken de eigenaar voor zijn gastvrijheid en stappen opnieuw de auto in.
Hoe verder we rijden, hoe stiller het landschap wordt. Groener ook. Landelijker. Uiteindelijk verdwijnt zelfs het asfalt onder ons en verandert de weg langzaam in iets ruigers.
En dan…
Daar verschijnt het huis.
Tussen de bomen doemt een groot houten chalet op. Alsof het tegen de bergwand aangeplakt hangt en uitkijkt over de hele vallei beneden ons.
Ik slaak een klein enthousiast gilletje.
“Wat geweldig…”
Rondom het chalet loopt een breed balkon met grote luie stoelen die uitnodigen om urenlang naar niets anders te kijken dan bergen, bomen en lucht.
En op dat moment voel ik het.
We zijn aangekomen.

Plaats een reactie