Wat kan het leven soms toch eenvoudig mooi zijn

Dagelijkse schrijfopdracht
Go on a walk today and share a photo of something that catches your eye.

Ik word wakker en terwijl ik me omdraai merk ik dat mijn lichaam nog moe aanvoelt. Langzaam open ik mijn ogen en zie dat het nog vroeg is. Heerlijk. Ik kan me nog even omdraaien.

Toch kijk ik voor de zekerheid even op mijn telefoon of het nog geen zeven uur is.

Ik reik met mijn hand, tik op het scherm en…

Ooh no.

06.58.

Ik moet eruit.

Zeer teleurgesteld zwiep ik mijn loom aanvoelende benen uit bed en laat de rest van mijn zware lichaam volgen. Zo snel als het lukt werk ik mijn eerste ochtendroutine af en loop sloom de trap af naar beneden.

Mijn allerliefste heeft de moka al opgezet en is met het brood bezig.

“Goedemorgen lief,” zegt hij terwijl hij zich half omdraait. “Je bent er vroeg bij vandaag.”

Ik laat theatraal mijn schouders zakken en maak een morrend geluid, waarna we allebei moeten lachen.

Ik schenk koffie in mijn mok en loop met mijn warme, dampende troost richting het terras. Ik schuif de glazen pui open en word begroet door een heerlijk frisse, verkwikkende dageraad.

Ik plof neer in een van de stoelen en aanschouw mijn kleine ecosysteem.

Mijn tuin lijkt dankbaar voor de regen die de hele nacht met bakken uit de hemel kwam. De planten richten hun kleurenpracht naar de zon. Het gras — dat we het hele voorjaar nog niet hebben gemaaid — staat weelderig in de wind te wuiven.

Bijen doen zich tegoed aan al die pracht en praal en zoemen vrolijk heen en weer.

Ik kijk naar mijn kleine oase en denk: wat was het een goed idee om dit jaar het gras niet te maaien.

De bijen hebben onze hulp nodig.

En hier… op dit kleine stukje groen… is een thuis ontstaan voor alles wat kruipt en fladdert.

Met zo nu en dan de katten van de buren.

De cafeïne heeft inmiddels haar werk gedaan.

Enigszins bijgekomen kruip ik achter mijn computer. Ik open mijn mail.

Saai.

Geen zin in.

Dan kijk ik snel wat de prompt van vandaag is.

Oeh.

Die is welkom.

Terwijl ik nadenk over hoe ik hem ga aanpakken, verschijnt er een pop-up van WhatsApp.

Mijn zoon.

Hij is samen met zijn aanstaande een weekje naar Oostenrijk gereden.

“Mooi weer. Vandaag wandelen in een kloof,” schrijft hij onder de foto die hij meestuurt.

Ik glimlach.

Ja.

Ik weet wat ik als eerste ga doen.

Wandelen.

Mijn lichaam heeft vandaag een extra zetje nodig om op gang te komen.

Ik klap mijn computer met iets te veel enthousiasme dicht, al zeg ik het zelf.

Ik grijp mijn sleutels van tafel en trek de deur al achter me dicht.

De koelte voelt heerlijk op mijn huid. Mijn armen tintelen ervan en een korte rilling trekt door me heen.

Oortjes in.

De warme synthpop van Depeche Mode bepaalt mijn tempo.

Ik geniet van de opstartende groene wereld om me heen.

Koeien wandelen op hun gemak de grassprietjes achterna. Vogels sjilpen hun eigen vrolijke noten boven mijn hoofd.

Halverwege de route staat een houten bankje. Een plek waarvan ik weet dat hij er is. Een plek waar ik altijd even naartoe word getrokken.

Al snel verschijnt hij in mijn blikveld.

Ik ga zitten.

Doe mijn oortjes uit.

En luister.

Ergens in de verte gaat een sirene af.

Een koe laat van zich horen.

Tieners op de fiets richting school hebben het hoogste woord.

Ik zit daar met mijn benen over elkaar en laat mijn bovenste been zachtjes wiebelen.

Mijn blik glijdt omlaag.

Naar mijn schoenen.

Mijn mooie zachtgele schoenen.

We kochten ze een paar weken geleden in Londen.

Mijn jaren zeventig Dr. Martens.

En ik zit daar.

Tevreden.

Content.

En ik denk:

wat kan het leven soms toch eenvoudig mooi zijn.


Reacties

Plaats een reactie