Wat is het beste advies dat je zou geven aan iemand die jonger is dan jij?
Bekijk alle reacties

‘Wat is het beste advies dat ik aan iemand zou geven die jonger is dan mezelf?’
Volg je dromen.
Wees jezelf.
Maak je niet druk om wat anderen denken.
Allemaal waar. Allemaal al duizend keer gezegd.
Afgezaagd en inmiddels ontelbare keren de ether in geslingerd.
Elke nieuwe generatie groeit op, wordt ouder en belandt uiteindelijk in de puberteit. En iedere generatie loopt in die periode, figuurlijk, tegen ongeveer dezelfde lamp aan.
Alleen is het design veranderd.
De kleuren gaan mee met de trend.
En de lamp staat inmiddels misschien op een andere plek.
Maar uiteindelijk moet iedere generatie het leven zelf ondervinden. Net zoals alle generaties die ervoor kwamen.
En voordat de WordPress-, LinkedIn- of Insta-politie nu meteen hun vuur op mij afschiet…
Natuurlijk praat je met jongere mensen.
Met je kinderen.
Met mensen die je dierbaar zijn.
Je vertelt hoe het jou is vergaan. Je geeft advies. Je vertelt misschien wat jij anders had kunnen doen of hoe jij een bepaalde situatie zou aanpakken.
Wat waarschijnlijk best slim is.
Want…
tja, je bent er geweest.
Ze knikken.
Je hebt het idee dat ze luisteren.
Misschien denk je zelfs even: Kijk, mijn wijze woorden zijn aangekomen.
Om vervolgens te ontdekken dat ze tóch hun eigen pad kiezen.
En weet je?
Dat is precies zoals het hoort.
Want dat is misschien wel het mooiste aan advies geven aan jongere mensen.
Je geeft ze niet jouw route.
Je geeft ze de ruimte om hun eigen route te ontdekken.
Je kunt vanaf de zijlijn meekijken.
Af en toe een beetje bijsturen.
Een vraag stellen.
Een waarschuwing geven.
Een hand uitsteken.
Maar je kunt niet voor ze lopen.
En eigenlijk zou je dat ook niet moeten willen.
Want ergens onderweg komen ze hun eigen hobbels tegen.
Ze zuchten.
Ze puffen.
Ze mopperen.
Soms gaat het verrassend makkelijk.
Soms helemaal niet.
Soms moeten ze een paar keer dezelfde bocht nemen voordat ze begrijpen waarom jij ooit zei dat ze daar misschien even moesten opletten.
En dan ineens staan ze daar.
Aan de andere kant.
Misschien een beetje moe.
Misschien met een flinke kras op hun ego.
Maar wel rechtop.
En dan kijken ze je aan en zeggen:
‘Ik heb het gedaan.’
En jij denkt:
Ja. Dat heb je.
Hoe mooi is dat?
Je hoeft niet degene te zijn die het pad voor ze uitstippelt.
Je mag degene zijn die langs de kant staat.
Die zwaait.
Die af en toe roept:
‘Kijk uit!’
Waarop zij waarschijnlijk denken:
Ja ja, dat weten we.
En dat is prima.
Want jij hebt jouw pad al gelopen.
Zij moeten het hunne nog ontdekken.
Het enige wat je kunt zijn, is een vangnet.
Voor het geval ze achterovervallen.
Voor wanneer de route even te zwaar wordt.
Voor wanneer ze ineens niet meer weten welke kant ze op moeten.
Dan ben je er.
Niet om te zeggen:
‘Zie je wel, ik zei het toch.’
Maar om te zeggen:
‘Kom maar. Ik heb je.’
Misschien is dát wel het beste advies dat je aan iemand die jonger is kunt geven.
Niet vertellen hoe ze moeten leven.
Maar ze laten weten dat ze mogen leven zoals het bij hen past.
Met vallen.
Met opstaan.
Met verkeerde afslagen.
Met nieuwe routes.
En vooral met de wetenschap dat er iemand langs de kant staat die in hen gelooft.
Want uiteindelijk is het niet jouw taak om hun leven te lopen.
Het is jouw taak om ze te laten ontdekken dat ze het zelf kunnen.
Geef een reactie