Sporten? Alleen als er sneeuw ligt – waarom ik dol ben op skiën

Skieur die een besneeuwde helling afdaalt met dennenbomen op de achtergrond en zonnig weer.

Er zijn mensen die vrijwillig naar de sportschool gaan.
Die plezier halen uit burpees.
Die zeggen: “Ik ga even lekker hardlopen.”

Ik hoor daar niet bij.

Er is namelijk maar één sport die ik écht leuk vind.
En dat is skiën.

Sterker nog, ik lever met liefde mijn zomervakantie in voor drie weken sneeuw, kou en warme chocolademelk (oké… en wijn 🍷).

Voor we gaan, doen we altijd een soort “opwarmperiode”.
Zo noemen we dat zelf.

In de praktijk betekent het:
een beetje wandelen…
een beetje puffen op de crosstrainer…
en vooral tegen elkaar zeggen dat we “goed bezig zijn”.

Maar eerlijk is eerlijk: het werkt.
Geen spierpijn na het skiën.

Nou ja… geen spierpijn…
meer het gevoel dat je benen bestaan uit twee overgekookte elastiekjes.

Maar goed. Warme douche, glas wijn erbij en de volgende dag sta je gewoon weer bovenaan de berg alsof je een professioneel atleet bent. (In je hoofd dan.)

En dan dat moment…

In de lift naar boven.
De wind op je gezicht.
Die frisse, knisperende kou die je wakker maakt.

En als je hoger komt…….de zon op je wangen.

Heerlijk!

Boven kijk je even rond.
Niet om te bepalen welke piste je neemt…

maar waar je straks koffie gaat drinken. Prioriteiten.

En dan, gaan.

Ski’s naast elkaar, een beetje snelheid maken, een bochtje hier, een glijmoment daar.
En vooral, doen alsof je alles onder controle hebt.

Voor mij is dit vrijheid.

Geen drukte. Geen volle pistes.
Wij skiën namelijk in het “dal-seizoen” (lees: wanneer iedereen met schoolgaande kinderen thuis moet blijven).

Na een uurtje of twee begint het belangrijkste moment van de dag.

Koffie.

We stoppen halverwege bij een klein restaurantje.
Doen de deur open… en daar staat ze.

De koe. Altijd als eerste. Haar naam staat op het hek, Clarabelle

Nieuwsgierig, snuffelend en overduidelijk de baas van het terrein.
Ze komt meteen naar het hek en wacht op haar welverdiende aandacht.

En ja… we denken echt soms dat ze glimlacht.

Ze staat daar warm en tevreden, duidelijk beter verzorgd dan sommige hotelgasten.

Daarna lopen we naar binnen.
Een nostalgische ruimte, knus, warm… en vooral, het ruikt er fantastisch.

“Wat staat er op het menu?” vraag ik.

“Wat de pot schaft,” zegt de vrouw.

En dat blijkt altijd een uitstekend idee.

Voor we het weten zitten we een heerlijke aardappelschotel met verse groenten weg te werken alsof we net een Olympische prestatie hebben geleverd.

En eerlijk…

Als dit sport is?

Dan ben ik ineens enorm sportief. 😄


Reacties

Plaats een reactie