De vrouw die de kamer vulde

Dagelijkse schrijfopdracht
Wie is de meest zelfverzekerde persoon die je kent?

Het is vroeg en nog donker wanneer ik uit mijn auto stap en richting het gebouw loop waar ik werk. De lichten branden al en een lichte rookpluim stijgt uit de schoorsteen omhoog. Zachte regendruppels vallen op mij neer en laten me automatisch wat sneller doorlopen.

Aangekomen bij de deur probeer ik, terwijl ik wat druppels van mijn jas afschud, mezelf een beetje droog te maken. Al snel merk ik dat het weinig uitmaakt en besluit ik maar gewoon naar binnen te gaan.

Binnen is het warm. De droge lucht komt me tegemoet, vermengd met een vage geur van schoonmaakmiddel. Vandaag is mijn eerste dag op dit kantoor en ik moet bekennen dat ik toch wat zenuwen voel. Het betekent dat ik de hele dag Engels moet praten en het is best wat jaren geleden dat ik dat echt heb gedaan.

Na de gebruikelijke handjes schudden en het voorstellen word ik naar mijn locker gebracht. Mijn naam staat op een achthoekig naambordje geschreven.

Helaas fout.

Moet ik daar nu al iets van zeggen of laat ik het voor nu maar zo?

In gedachten speel ik met de twee mogelijkheden en besluit er toch maar meteen iets van te zeggen.

“Sorry, but my name is spelled with a y instead of ie.”

Er worden excuses aangeboden en we vervolgen onze weg. De dagen vliegen voorbij en langzaam begin ik mijn draai te vinden. Ik leer mijn collega’s kennen, raak gewend aan het ritme van de werkvloer en het constante schakelen tussen Nederlands en Engels.

Toch is er één persoon die meteen opvalt tussen alle anderen.

Een lange, donkere vrouw met diepbruine ogen, volle lippen en een prachtige lach, een lach die niet alleen op haar gezicht verschijnt, maar ook hoorbaar is in haar stem. Wanneer ze lacht, werkt dat aanstekelijk, voor je het weet verschijnt er automatisch een glimlach op je eigen gezicht.

Wat haar nog opvallender maakt, is dat ze volledig kaal is. Geen enkel haartje siert haar ronde schedel, maar juist daardoor komt haar gezicht nog sterker naar voren. Het geeft haar iets krachtigs, iets zelfverzekerds.

Wanneer ze een ruimte binnenkomt, doet ze dat op een manier die moeilijk te negeren is. Impulsief, aanwezig en vol energie. Ze weet wat ze wil, hoe ze over dingen denkt en ze is niet bang om dat duidelijk te maken. Haar mening houdt ze niet voor zich; ze deelt die zonder aarzeling.

Ze beweegt zich door de ruimte alsof ze er eigenaar van is, haar hoofd rechtop, haar lichaam trots en haar stappen vastberaden.

De eerste keer dat ik haar echt van dichtbij meemaak, sta ik bij het koffieapparaat. Het apparaat bromt terwijl het langzaam een beker vult. Ik staar een beetje naar de damp die opstijgt, nog half bezig met wakker worden.

“First week?” hoor ik ineens naast me.

Ik draai mijn hoofd en daar staat ze.

Van dichtbij vallen haar ogen nog meer op. Warm, maar scherp. Alsof ze mensen in één blik probeert te lezen.

“Yeah,” zeg ik met een kleine lach. “Is it that obvious?”

Ze grijnst.

“A little,” zegt ze. “You still look around like everything here might suddenly explode.”

Ik moet lachen.
“Fair enough.”

Ze leunt licht tegen het aanrecht terwijl mijn koffie eindelijk klaar is.

“So… you’re the one with the name tag problem.”

Ik kijk haar verrast aan.
“News travels fast here.”

“Of course it does,” zegt ze met een speelse blik. “Small offices survive on gossip.”

Ze steekt haar hand uit.

“I’m—”

Even lijkt ze te genieten van het kleine moment van suspense.

“—the one you’ll eventually get used to.”

Ik schud haar hand en voel dat haar grip stevig is.

“Good to know,” zeg ik.

Ze pakt haar koffie, kijkt me nog één keer kort aan en loopt dan weg, met diezelfde zekere pas, alsof de ruimte zich vanzelf voor haar opent.

En terwijl ik haar nakijk, realiseer ik me dat sommige mensen niet alleen een kamer binnenkomen.

Ze vullen hem.


Reacties

Plaats een reactie