Vandaag was zo’n zachte, zonnige dag waarop het voorjaar voorzichtig aan de deur klopt. Tussen al mijn werkzaamheden door gunde ik mezelf een half uurtje buiten. Ik maakte de tuinstoel schoon na de lange winter, schonk een kop thee in en zette een podcast aan. De zon voelde warm op mijn gezicht, alsof alles even stil mocht staan.
Maar zelfs door het geluid van de podcast heen hoorde ik de kinderen spelen in de tuinen verderop. Hun stemmen dansten door de lucht, vol leven en ontdekking. En daar tussendoor klonk een andere stem, scherp en ongeduldig. Een moeder met, zo leek het, een kort lontje. Mopperend, scheldend, steeds opnieuw.
Niet doen. Blijf af. Hou op.
Woorden die als kleine steentjes door de middag werden gegooid.
Met pijn in mijn hart luisterde ik ernaar. Kinderen die gewoon speelden, die de wereld probeerden te begrijpen op hun eigen manier. Tot het jongste kind het niet meer hield en haar longen liet spreken. Een rauwe huil die door de zon heen sneed. De moeder werd alleen maar feller, haar stem nog harder, nog vermoeider misschien.
Ik zette mijn podcast zachter en daarna juist weer harder, alsof ik kon kiezen wat ik wilde horen. Maar sommige geluiden dringen toch naar binnen. De zon bleef warm, de thee werd langzaam koud en ergens in mij werd het stil en zwaar tegelijk.
Soms kan een gewone middag onverwacht laten voelen hoe dicht vreugde en verdriet naast elkaar liggen. De zon scheen, de kinderen speelden en toch voelde mijn hart zwaar. De kindjes zijn allen maar aan het spelen.


Plaats een reactie